50 cc Historie - Uitgelicht.
#Onze Brommer #50 cc Racehistotie 1953-1961
Er valt ontzettend veel te vertellen over deze zo immens populaire klasse. Hoe langer je in oude papieren kijkt hoe meer het begint te spreken. Vragen als wie reden er, waar reden ze op en waar deden ze dat blijken eigenlijk tijdens het schrijven de belangrijkste gegevens te worden. Kortom als je zo'n verhaal op papier wil zetten wordt je steeds nieuwsgieriger en merk je ook dat veel vragen niet eens beantwoord kunnen worden. De bronnen zijn veelal de uitslagen in het blad Motor maar ook bij de NMB werd geracet met deze kleine motoren.
En daarvan bleken verhalen en uitslagen moeilijker te achterhalen. Misschien maar gelukkig ook, vond Wim Heeroma die zich hier vol enthousiasme ingestort had. Binnen een mum van tijd had hij namelijk zoveel kopij bij elkaar dat hij meer dan de helft moest schrappen: het begon
op een boek te lijken. Desondanks, een indruk van het drukke racewereldje van de 50 cc klasse in wording met veel namen en merken.

Een typisch startveld uit het eind van de jaren '50: veel 50 cc racers verraden nog hun afkomst als brommer. We zien onder andere merken als NSU, HMW, Alpino, DMF en Cyrus Zündapp.

         Vanaf 32 cc kon je racen
Stel, je neemt twee jongens van zestien en zet ze op een brommer. Wedden dat ze na een dag, zoniet op dezelfde dag, al kijken wie er harder kan? Vanaf pakweg 1950 kwam de groei in de bromfietsmerken er goed in en natuurlijk werd er gekeken wie er harder kon en werd er soms bij de gemeente gevraagd om een terreintje, een stukje straat, een plein waarop men een wedstrijd zou kunnen organiseren. Dat werd soms toegestaan.
Zoals op 3 mei 1953 in Oploo en op 25 mei van dat jaar in Vriezenveen. Uitgeverij Motor gaf niet alleen een motorblad uit, maar ook het blad De Fietsmotor. Uiteindelijk besloot men kennelijk dat de racedata wel in de wedstrijdkalender van Motor konden worden opgenomen, maar vond men het niet nodig er verder aandacht aan te schenken. Het zou wel weer overwaaien. Dat deed het dus niet want in 1954 werden er meerdere races aangekondigd, namelijk 9 mei in Breda, op Hemelvaartsdag voor de tweede maal in Vriezenveen, op 22 augustus in Venlo, op 31 augustus in Schiedam en op 10 oktober in Maastricht. En dat was vrijwel zeker niet alles. Hans Scholten, destijds monteur bij de bromfietszaak Duinkerken in Emmen vertelde nog onlangs dat ook in de wijk Emmermeer in zijn woonplaats brommerraces hadden plaatsgevonden.

De eerste officiële 50 cc wegrace vond plaats op 3 mei 1953 in Oploo, onder de titel "De Grote Prijs van het Zuiden".
De publiciteit kwam een beetje aan het rollen, omdat Tulsa Cil besloot een advertentie met vermelding van de winnaar in Breda in De Fietsmotor te plaatsen. Er moest toen toch maar een verslagje in dat blad. De berichtgeving was summier, maar we konden er wel een beeld uit krijgen wie er meededen en waarop ze reden. De rijders werden nimmer aangeduid met hun voornaam, dus werd er altijd gesproken over C. van Dongen en C. van Koeveringe, terwijl deze heren al weer heel lang beiden als Cees door het leven gaan. Maar zo was dat toen.
We verplaatsen ons naar 1954. In Breda was C. van Dongen de winnaar nadat hij zijn belangrijkste rivaal G. van Dijk, beiden op DMF, verslagen had. Gevolgd door ene W. van Gent op een HMW en ene Van Tilburg op Avaros. Van deze heren zouden we nog veel meer horen in de toekomst. In Vriezenveen maakten deze heren natuurlijk ook hun opwachting en we komen dan ook dhr. Meurs tegen die op een Nassetti reed en meneer
Heel wat racetalent leerde het vak op snelle brommers. Hier Cees van Dongen tijdens zijn allereerste race in Oosterhout, 1954, op zijn zelf geprepa­reerde DMF.

Noteboom op een Avaros. Ook van deze heren weten we dat ze flink carrière hebben gemaakt in de motorsport. Melding werd ook gemaakt van een titanengevecht tussen de heren Boer op een Romi (?) en Seinen die op een Berini Eitje ontaard hard ging. Met 32 cc kon het dus ook nog in die begindagen. We gaan naar Venlo in augustus van dat jaar. Niet minder dan zo'n 7000 bezoekers bezochten deze brommerraces en er waren niet minder dan drie klassen: Amateurs, Renners en Solexklasse. Uiteraard werd aan de Solexklasse in het geheel geen aandacht geschonken; bij de Amateurklasse werd vermeld dat de gemiddelde snelheid op 49,2 km/h lag. In de Rennersklasse werd een gemiddelde gedraaid van 54,5 km/h en winnaar was P. Notebomer op Avaros gevolgd door C. van Dongen op DMF en W. van Gent, nu op een Berini, zonder twijfel een Berini M21. De KNMV was toen ook al van de partij en verleende zijn medewerking aan diverse evenementen.

                Industriële tegenwind
De bromfiets, in die tijd nog rijwiel met hulpmotor, stond in een slecht daglicht. Dat lazen mensen in kranten, zo spraken velen er over bij het praatje over de schutting of bij de herenkapper.... Ze maakten lawaai, konden steeds sneller rijden, van verkeersregels wisten de berijders niet veel en remmen (er zat vaak maar één rem op), dat deden ze beroerd en er waren dan ook vele brokken. Fabrikanten en importeurs vonden het dan ook maar niets als er ook nog wedstrijden mee gereden werden. Het zou de nadruk nog meer leggen op het aspect snelheid en het zou de snelheden van de brommers ongetwijfeld ook verder omhoog brengen. En dan zou het misschien afgelopen zijn met het rijbewijs-vrij rijden en dat zou slecht voor de verkoop zijn. Kortom, fabrikanten en importeurs verklaarden dat men op geen enkele wijze medewerking zou verlenen aan deze wedstrijden.
die tijd nogal eens aan. De bromfietser van toen moest het liefst twee rechterhanden bezitten om zijn voertuig rijdend te houden. Verstopte sproeiers en parelende bougies waren dan nog de meest eenvoudige euvels, beroerder waren zwakke ontstekingen.

   Stilte voor de storm
Voorlopig zouden de races
in Maastricht de laatste
zijn op stratencircuitjes,
want in april 1955 schreef
de Minister van Verkeer
en Waterstaat, de heer Al-
gera, aan de KNMV dat
besloten was geen onthef-
fing meer te verlenen aan
wedstrijden met rijwielen
met hulpmotoren op
de openbare weg.
Het blad De Fietsmotor,
Aanvankelijk nog
enthousiast over deze
races, draaide om als
een blad aan de
boom want zorgelijk
werd geconstateerd
dat het mogelijk was
gebleken rijwielen met
hulpmotor te construeren
die 60 km/h en meer
konden halen en dat
zulks niet de bedoeling was.

De meeste sport met
brommers betrof niet
het racen, maar het
rijden van
betrouwbaarheids en
semi-terreinritten, waarde
Nederlandse Bromfiets
Bond zich sterk voor maakte..
nog uitleven op de brommer. In de jaren 1955 tot en met 1957 vinden we in Motor dus ook geen aankondigen meer van 50 cc races, maar we vinden wel aanwijzingen dat er wel degelijk op circuitsraces voor deze kleine klassen werden georganiseerd. Alleen,
Dus ook niet een advertentie plaatsen dat DMF of Avaros weer een wedstrijd gewonnen had. Dat deed men wel met de zogenaamde betrouwbaarheidsritten die wel de steun van de fabrikanten/importeurs genoten. Dat was tenslotte een totaal andere invalshoek die het beeld versterkte dat de bromfiets ook inderdaad betrouwbaar was. Want daar mankeerde het in
Natuurlijk moesten ze meewaaien met de fabrikanten en importeurs, dat waren tenslotte hun adverteerders. Dat verklaart ook dat in de jaren erna veel aandacht werd besteed aan die zogenaamde betrouwbaarheidsritten. Daarin kon
men zich toch, anders gekanaliseerd, kon men zich
Start van brommerraces in het Stadspark van Groningen in juni 1954, met nr. 2 Cees van Dongen en 22 Willy van Gent. Van Dongen won, zijn derde overwinning op rij dat seizoen.
Officieel (via de KNMV) vonden van 1955 tot 1957 geen 50 cc races plaats, maar her en der op afgesloten circuits gebeurde wel degelijk wat. Zoals hier in 1956 op de wielerbaan Duinhorst in Wassenaar, waar Pierre Kemperman (links) op zijn Alpino zijn eerste wedstrijd reed. Rechts verdwijnt net Cees van Koeveringe op zijn Itom buiten beeld.
Alleen, er werd geen ruchtbaarheid aan gegeven in de motorpers en we wisten er niets van. Maar dat er gereden en gesleuteld werd kunnen we rustig als vaststaand aannemen. Volgens Cees van Dongen kon er weer gereden worden omdat de KNMV minister Algera er op had gewezen dat het niet om bromfietsen ging maar om 50 cc motoren. Toen waren er geen bezwaren meer. Cees zelf heeft in deze periode en zelfs tot 1960 niet meer gereden door privé-omstandigheden,
maar Pierre Kemperman wist te vertellen dat er wel degelijk gereden werd in 1956 en 1957 en wel op de wielerbaan Duinhorst in Den Haag. Daar kwamen dan coureurs uit het hele land naar toe. Leuk om te vermelden is dat er in Portugal al in 1955 gereden werd met door Kreidler gebouwde racers op basis van de K50. Die werden door de importeur Braga bij Kreidler besteld en voorzien van een badkuip stroomlijn, toen nog toegestaan. Men zegt dat de poortentiming in de Kreidler motorfietsjes daarna, de eerste Floretts dus, gelijk is aan de racers die toen geleverd werdenaan Braga. De race K50        
Een bekende naam was NSU-man Aad van Exel, hier snelheid makend op Zandvoort in augustus 1957.

Vliegveldraces
Zuid Limburg, Beek dus. De gemiddelde snelheid van de winnaar C. van Koeveringe was gestegen naar 79,3 km/h en zijn snelste ronde lag op 80,4 km/h. Om te zien wie er reden in die dagen hebben
Het wordt menens: de eerste
             Nederlandse 50 cc kampioen
Maar de KNMV vond het toch eigenlijk wel jammer dat het op deze wijze ging en pakte vanaf 1958 de 50 cc klasse weer op. Er werd weer mee aan de weg getimmerd. De borrel­glaasjes werden ingepast in bestaande motor­races met andere klassen. De heren rijders had­den flink verder geknutseld aan hun motoren, want de snelheden die men bereiken kon, wa­ren drastisch omhoog gegaan, zoals bleek bij de
we hier de uitslag: 1) C. van Koeveringe, 2) D. van Dalen, 3) E. de Graaff, 4) F. Dobben, 5) P. Bogers, 6) C. Lagendijk, 7) G. de Vos.
Ook op Zandvoort werd de 50 cc klasse ingelast en A. van Exel behaalde daar een gemiddelde van 85 km/h. Op het verkorte circuit van Assen won Van Exel eveneens, nu met een gemiddelde van 78,9 km/u. Van Exel was een grote NSU dealer, dus reed Aad met dit merk en bleef het altijd trouw. Die snelheden waren imposant geworden, zeker vergeleken met die beginperiode
In 1958 was Van Exel ook weer te vinden op Zandvoort. Hier is hij met zijn op NSUgebaseerde racer op weg naar de overwinning in de juniorrace, gevolgd door T.H. Gankema op Typhoon. Het spektakel werd door zo'n 20.000 toeschouwers gevolgd.

waaraan soms werd deelgenomen door vrijwel standaard bromfietsen. Het beviel goed met deze klasse die vaak voor veel spanning kon zorgen. Bij de KNMV werd dan ook besloten met ingang van 1959 een Nederlands kampioenschap in te stellen. Dit is ook het jaar dat voor het eerst 50 cc races werden georganiseerd in Rockanje.
Dit op initiatief van de postbode Van den Bergh die dit voorlegde aan burgemeester Spaans, als alternatief voor een wielerronde.... Vele duizenden bezoekers kwamen op dit spektakel af. De KNMV zou aan de hand van deze wedstrijden bekijken of het evenement vanaf 1960 kon meetellen voor het Nederlands kampioenschap. Het was nog niet allemaal geweldig. Er waren veel uitvallers waardoor soms maar vijf rijders in de baan waren. Bovendien had men de te bereiken snelheden te hoog ingeschat waardoor de manches langer duurden dan voorzien. Maar het werd toch een dusdanig succes dat meteen besloten werd tot organisatie voor het komende jaar. De einduitslag van die dag was als volgt:1) C. van Koeveringe, Itom; 2) F. Swaep, NSU; 3) J. Wijers, NSU; 4) Th. Gankema, Typhoon; 5) P. Notebomer, Zündapp; 6) K. Lantinga. Een manche voor hen die niet in de finale kwamen werd gewonnen door ene P. Kemperman op een Colibri (wat in werkelijkheid een Alpino was). Een jongeman waar we ook meer van zouden gaan horen. In dit jaar werd ook gereden in Etten en weer op vliegveld Zuid Limburg en Zandvoort. Na Zandvoort werd de eerste Nederlandse Kampioen 50 cc bekend: Ferry Swaep.
              Op proef in Tubbergen
In 1960 kreeg de 50 cc bij de jubileumraces op het beroemde circuit van Tubbergen ook een plek in het programma. De uitslag hier was dat Cees van Koeveringe beslag legde op de eerste plaats met Itom, tweede werd Cees van Dongen met een Dürkopp terwijl Kor Lantinga met een Morini de laatste podiumplek behaalde. Bijzonder mooi was hier de vierde plaats van Rob Twijsel met een Tex, een eigenbouw machientje waarvan de naam waarschijnlijk ontleend was aan de straat waar hij woonde:
de Den Texstraat in Amsterdam. In het stadsverkeer bereed hij een Puchje en hij dwong bij ons bewondering af omdat hij zijn eigen stroomlijnkuip maakte, waarbij hij ons een soort college gaf, voor zover ik mij dit kan herinneren. Ook op Rockanje en Zandvoort werd weer gereden waarbij de races op Zandvoort als zeer spannend te boek stonden.

Jan Kostwinder als 17-jarige in actie op Zandvoort in 1961, waar hij met zijn Demm een gemiddelde draaide van 76,5 km/h.
Dürkopp staat niet bekend als een racemerk, maar Cees van Dongen wist er knap hard mee te gaan: in 1960 werd hij er op Zandvoort 50 cc kampioen van Nederland mee. Het zoontje van Cees helpt het winnaarsboeket vasthouden.

Cees van Dongen werd er de winnaar en tevens Kampioen van Nederland. Pierre Kemperman met Itom werd tweede en de derde plaats was voor Cees van Koeveringe. In het Bromfietspaleis in Amsterdam werkte Jan Schaatsbergen. Hij reed met Benelli en werd er vierde mee. Dit was een productieracer van Benelli. Dit was ongetwijfeld mede de reden dat zijn baas Jan Jonker overtuigd werd van de Benelli kwaliteiten en de brommer ging importeren. Hij werd gevolgd door Theo Meurs die we later kennen van de Meurs Garelli, maar toen reed hij op Royal Nord, overigens nadat hij in Tubbergen nog met NSU had gereden. Uiteraard kunnen we niet alle wedstrijden belichten, maar voor 1960 pakken we nog een keer Rockanje eruit. En wel hierom: we merken een aantal bijzondere deelnemers op.
In de Sportklasse zien we daar Jan Kostwin­der op NSU winnen. Dit moet het jaar van het debuut van hem zijn geweest en NSU was het merk van thuis — zoals we weten heeft hij nog steeds zijn hart verpand aan NSU. In de Supersportklasse zag het podium er als volgt uit: eerste was Cees van Koeveringe op Itom, tweede Pierre Kemperman, ook op Itom, maar nummer drie was Jan Thiel op een FBM, de opmaat naar de latere Jamathi racers, Piovaticci en Bultaco! In Duitsland werden ondertussen ook races georganiseerd waaraan vele Kreidlers deelnamen, maar evenals bij ons waren er ook tal van andere merken, zoals Gritzner en Motom.
     1961: voorspel van de Grand Prix –
      wedstrijden om de Europese titel
Nu de 50 cc klasse furore begon te maken had de FIM voor dit jaar bedacht om deze klasse te laten rijden om het Europees kampioenschap. Dit - als het zou slagen - als opmaat naar de status van Wereldkampioenschappen. Zoiets werpt zijn schaduwen vooruit. Natuurlijk ook in Nederland waar de 50 cc klasse al een zekere status had verworven. Dit was ook het geval in Duitsland, Spanje, Italië, Portugal, Frankrijk en België Dit is het jaar dat Kreidler op de circuits gaat proberen de Itoms op achterstand te zetten, maar in het geheel was niet gerekend op de belangrijke weerstand van Tomos, dat merk van de licentie-Puchjes. Bij de wedstrijden op Hockenheim (er waren er in totaal zes gepland, waarvan de laatste op Zandvoort) was het niet Anscheidt met de fabrieks-Kreidler die er met de winst van door ging, maar Zelnik op een Tomos en tot en met plaats zes was de volgorde om en om Tomos en Kreidler. Vermeldenswaard is in elk geval Cees van Dongen die met zijn Dürkopp, toch een ongebruikelijk merk in de racerij, een negende plaats wist te scoren. Anscheidt kwam met de fabrieksmachine uit, die toch aardig afweek van de standaard Kreidler: in elk geval hing het blok in een wiegframe. Daarnaast reden er nog vele plaatframe Kreidlers mee, dus ook met eitank.
Th. Gankema had zijn racertje gebaseerd op een Typhoon, waarmee we hem hier de Tar-zanbocht op Zandvoort zien ronden tijdens een juniorrace in 1958.
Ondertussen ging het in Nederland ook hard tegen hard. In 1961 werd onder andere ook weer op Rockanje gereden, nu ook met de klasse 125 cc. In de be-ginnersklasse, de Sportklasse, zien we wederom Jan van Thiel op het podium met een tweede plaats. Ditmaal zat hij op een HMW Winnaar werd overigens J. Wijers met NSU. In de Supersportklasse ging het weer tussen de bekende mensen:
1) Pierre Kemperman, Itom; 2) Cees van Dongen, Dürkopp; 3) Cees van Koeveringe, Itom; 4) Kor Lantinga, Morini; 5)
Rockanje was een van de circuits waarde 50 cc furore maakte. Pierre Kemperman zet hier in 1960 zijn Itom een scherpe hoek om, op weg naar de overwinning.

Gedlich had voor zijn Kreidler echter ook al een wiegframe gemaakt. Wat ook opvallend was in Hockenheim was de Giulietta waarin een Franco Morini viertakt huisde met bovenliggende nokkenas.
P. Notebomer, Zündapp; 6) Theo Meurs, Giulietta; 7) Jan Schaatsbergen, Benelli; 8) Th. Gankema, Typhoon; 9) C. Baas, Demm; 10) R. Twijssel, Tex. In Tubbergen was het weer Cees van Koeveringe op Itom die de hoogste podi-umtrede mocht bezetten en naast hem stonden Pierre Kemperman als tweede, ook op Itom, en A. Bies op Benelli als derde. In september stond de laatste Coupe d'Europe race van het seizoen op Zandvoort ingepland.
Wij dachten dat we in Nederland al aardig hard konden gaan, maar Kreidler had de 12-versnel­lingsmotor ingezet met de dubbele roterende inlaten en er waren vier rijders die het overige veld een keer lapten. Anscheidt won, maar werd op de hielen gezeten door de fabrieks-Tomos van Rosenbusch. De tweede fabrieks-Kreidler kwam daar weer achter en dat was Wolfgang Gedlich. De derde fabrieks-Kreidler, losgepraat door Henk van Veen, werd bereden door Cees van Koeveringe, de enige Nederlander die niet gelapt werd. Cees van Dongen hoefde met zijn vijfde plaats, snelste man van de privérijders, die dag een rondje minder te rijden, net als vele anderen. Nee, het internationale niveau, dat was toch wel even andere koek.
Hans Georg Anscheidt won met deze laatste wedstrijd de eerste en tevens laatste Europese titel die er te vergeven was. De titel van Kampioen van Nederland ging dit jaar naar Cees van Koeveringe.
Opgemerkt moet worden dat ook in België en Frankrijk veel 50 cc wedstrijden werden gereden en vooral in België waren onze rijders ook te vinden.
#Racehistotie-1962-1964
Het 50 cc Racemuseum Lexmond houdt de herinnering aan deze raceklasse levend. Bij de opening in 1999 waren vele `helden van toen' aanwezig. We zien hier onder andere Hans Spaan, de gebroeders Foekema, Jan Kostwinder, Jan de Vries, Henk van Kessel, Cees van Dongen en Aalt Toersen.

De eerste helft van de jaren '60 zag de 50 cc klasse uitgroeien tot een serieuze internationale aangelegenheid, waarbij Ne­derlandse rijders ook over de grenzen successen boekten. Jan
Huberts werd fabrieksrijder en dat bij een merk dat veel van zich zou laten horen op de circuits, namelijk Kreidler. Tot nog een legendarisch merk werd in deze jaren de aanzet gegeven: Jamathi.

                    1962: Jan Huberts rijdt voor Kreidler
Bij de trainingen op Zandvoort hadden we al gezien dat Kreidler ook in Nederland
furore ging maken. Cees van Koeveringe had de ex-Anscheidt machine bemachtigd en liet zien dat de hegemonie van Itom in Nederland op zijn eind begon te lopen, hoewel Pierre Kemperman dit niet zonder slag of stoot zou laten passeren. In Rockanje dit jaar bleken naast de Kreidlers ook de Royal Nords hoge ogen te gooien. Kijk maar naar de uitslag van de Seniorenklasse: 1) Cees van Dongen, Royal Nord; 2) Cees van Koeveringe, Kreidler; 3) Kor Lantinga, Kreidler; 4) H. Ypma, Royal Nord; 5) Ferry Swaep, Royal Nord; 6) Jan Thiel, Benelli; 7) P. Notebomer, Royal Nord. En dan was er bij de GP races erg groot Nederlands nieuws: Jan Huberts
deelde samen met H.G. Anscheidt, beiden op Kreidlers, en Luigi Taveri op Honda

Jan Huberts bracht de Nederlandse racefans in vervoering met zijn prestaties op de fabrieks-Kreidler. In 1962 bezette hij de derde plaats in het wereldkampioenschap.
de eerste plaats in het klassement, dit na twee GP races. En, grote vreugde bij motorliefhebbers in Nederland: de GP van Frankrijk werd door Jan Huberts met 2,1 seconden voorsprong gewonnen na in de laatste ronde Takahasi, Robb en Taveri voorbijgereden te zijn. Dat Jan Huberts van grote klasse was kon hij op Tubbergen laten zien.


De enige Berini op de circuits was deze machine van Willem Groenewold, die hiervoor officieus enige fabriekssteun ontving. Tot grote prestaties bleek het merk niet in staat.
Na een zeer slechte start wist hij in de Seniorenklasse met groot vertoon van overmacht de overwinning op zijn naam te schrijven. Gevolgd door Cees van Koeveringe, Kreidler en H. Ypma, Royal Nord. Jan Thiel wist de Benelli naar de vierde plaats te sturen, voor de Itom van Pierre Kemperman. De Dürkopp van Cees van Dongen was in handen gekomen van Jan Kostwinder die er in de klasse Junioren mee wist te winnen. Daar zien we trouwens nog een naam die opgang zou maken: op de negende plaats in deze klasse werd Martin Mij­waart afgevlagd, op een Itom. Zoals hierboven al gelezen kon worden waren de Honda's bij de wereldkampioenschappen in veelvoud vertegenwoordigd. Maar ook Suzuki had in deze klasse zijn entree gemaakt. Dat merkten we dit jaar in Assen. Na Man had Suzuki laten zien de Honda's de baas te kunnen. In Assen was het dan ook Degner op Suzuki die op kop lag, maar geenszins onbedreigd. Achter hem jaagden toen Anscheidt en onze Jan Huberts. Stalorders waren er niet bij Kreidler en Jan Huberts wist tot groot enthousiasme van het publiek beslag te leggen op de tweede plaats. Dat er ook in België grote belangstelling was voor de 50 cc klasse bewezen de races in Sint Truiden. Daar waren ook de Suzuki fabrieksrijders aanwezig die Jack Ickx (ja van de latere formule
1 races) een fabrieksfiets lieten bestijgen.
Dit drietal jaagde voortdurend aan kop rond, maar Cees van Dongen op zijn Royal Nord kon ze steeds dicht benaderen. Jack Ich mocht winnen, het was immers geen GP, gevolgd door Mitsuo Itoh en Hugh Anderson. En mooi dat Cees van Dongen vierde werd. Ditmaal reed Pierre Kemperman.een zevende plaats in dit selecte gezelschap.
Er volgde nog meer sensatie dit jaar. Op de Sachsenring in Oost Duitsland wist Jan Huberts wederom de GP op zijn naam te schrijven door voor te blijven op de Suzuki's van Itoh en  Anderson en
daarachter nog de Honda's van Taverien Robb. Eind augustus was het al wel bekeken
met het Nederlands Kampioenschap 50 cc. Jan Huberts was de nieuwe kampioen, gevolgd door Cees van Koeveringe, H. Ypma, Pierre Kemperman, Jan Thiel en Aad van Exel. In de Juniorenklasse werd C. Baas, die al vele jaren goede prestaties geleverd had, de nieuwe Kampioen, gevolgd door J. van Koeveringe, ja, broer van, en A. van Peer. De WK wedstrijden waren echter nog niet afgelopen en we kijken nog even hoe dat verder ging met Jan Huberts. Wel hij werd derde in Monza (na Anscheidt en Itoh) en had nog uitzicht op de titel bij de laatste wedstrijd
in Finland. Het werd balen voor hem en de kaarten werden onverwacht anders geschud.
Het Kreidlerteam in 1962 op de Nürburgring. V.l.n.r. Wolfgang Gedlich, Hans-Georg Anscheidt, Jan Huberts, Rudolf Kunz.


Na de serie overwinningen van Suzuki had Honda nog het nodige vermogen gevonden in de RC 110/111. De machines van Luigi Taveri en Tommy Robb gingen respectievelijk als eerste en tweede over de finish, gevolgd door de Kreidler van Anscheidt. De Suzuki's moesten genoegen nemen met een ondergeschikte rol.
Na de laatste race in Japan bleek Ernst Degner de eerste wereldkampioen geworden te zijn op een Suzuki, de tweede plaats was voor Hans Georg Anscheidt met Kreidler en de derde plaats, jawel, die was voor Jan Huberts. Al met al was het een mooi racejaar, waarin Nederland voor het eerst een woordje meesprak in de internationale wegrace-wereld.

           1963: had Nederland boven
                    zijn stand geleefd?

Ja, dat ging je je in 1963 wel afvragen in de internationale racerij. De hegemonie van Suzuki
en Honda in deze klasse was duidelijk, de roem van Kreidler begon enigzins te tanen en andere merken waren nog niet echt in zicht. Jan Huberts die het zo goed gedaan had in 1962 kreeg geen vast contract bij Kreidler.

50 cc Seniorenrace op Zandvoort in 1963 of 1964, met Ferry Swaep op Tomos (6), Pierre Kemperman op Itom (43) en Cees van Dongen op Kreidler (3).
In de TT van Assen in 1962 deed de 50 cc voor de eerste keer mee voor de wereldtitel. Huberts (12, Kreidler) werd tweede en beste Nederlander; winnaar werd Ernst Degner op Suzuki.
Cees van Dongen op weg naar de eerste plaats op zijn Royal Nord in Rockanje, 1962.
Hij werd per wedstrijd gecontracteerd en was daarmee als een soort reserverijder inzetbaar. Hoe dat kwam? In deze klasse heb je alle voordeel als je een klein, licht ventje bent. Aan die eis kon Jan Huberts niet voldoen en bij Kreidler had men uitgerekend dat men beter met kleine coureurs in zee kon gaan. En omdat de aanwinst Pagani nog niet de ervaring had hield men Jan dus ach­ter de hand. De eerste wedstrijd voor Kreidler was voor Jan Huberts een flinke teleurstelling. Na een slechte start was hij tot het
middenveld
opgeklommen toen de motor er de brui aan gaf. Geen punten dus. In Hockenheim kwam Jan Huberts niet verder dan de negende plaats. In Assen ontbrak Honda en met vijf Suzuki's op rij was er weinig spanning. De plaatsen zes tot en met acht werden door Kreidlers ingenomen, waarbij Cees van
Dongen
een uitstekende indruk maakte met zijn achtste plaats. En Jan Huberts? Die reed nu voor het komende merk, Derbi. Hij werd tiende voor Busquet op de andere Derbi die de finish haalde. Ja, het leek er waarachtig op dat Nederland in het voorgaande jaar een beetje boven zijn stand geleefd had in deze klasse. Maar dat zou in de toekomst nog wel anders gaan worden zoals we weten.
In Nederland begon het seizoen als
vanouds met Rockanje. Jan Huberts was daar wel heer en meester met Kreidler, gevolgd door L. Neeleman (Itom), C. van Koeveringe (Kreidler), H. Ypma (Kreidler), P. Kempermarn (Itom), A. van Koeveringe (Kreidler), om maar wat namen te noemen. Bij de Junioren was het Martin Mijwaart op Royal Nord die de snelste bleek te zijn. Moto Gerosa importeur G. de Vos wist zijn machine, uiteraard een Gerosa, naar de tweede plaats te sturen.
In Tubbergen zagen we bijzondere zaken. Een start van Junioren en Senioren in dezelfde manche die het voor de toeschouwers niet gemakkelijk maakte om uit te maken wie er nu voorop reed. Nieuwe namen zagen we daar bij de Junioren. H. v.d.  Beek werd winnaar met een JLO en tiende was W.J. Groenewold met een Berini. Dat deed weer een beetje denken aan de oorsprong van het begin van de racerij met brommers. Bij de senioren zagen we dit jaar een felle strijd tussen Pierre Kemperman en L. Neeleman, beiden met Itom. Pierre won, maar niet zonder slag of stoot. Cees van Dongen, bij de training goed voor de snelste tijd moest met een uitgelopen bigend het veld ruimen. Cees van Koeveringe was toch weer goed voor de derde plaats. In Etten won Cees van Dongen weer, gevolgd door Jan Huberts met Derbi. Dat was natuurlijk de Seniorenklasse; bij de Junioren was Jan Kostwinder met Royal Nord de snelste man, die Martin Mijwaart, ook met een Royal Nord voor wist te blijven.
Jan Huberts reed in de Asser TT van 1963 voor Derbi. Hij zou dit jaar Nederlands kampioen worden.

Nu waren er alleen nog maar de wedstrijden in Zandvoort (wat klinkt dat lekker nostalgisch) die het pleit moesten beslechten voor de Nederlandse kampioenschappen. Bij de klasse Junioren was Martin Mijwaart ongenaakbaar en bij de Senioren had Jan Huberts wel een geweldig mooie start en een aantal ronden was hij de aanvoerder in deze klasse. Dat liet Cees van Dongen echter niet op zich zitten, want na de vierde ronde kwam hij als eerste door. En dat bleef tot het eind ook zo. Daarmee waren dus de twee nieuwe kampioenen 50 cc bekend: Martin Mijwaart als Junior en Cees van Dongen als Se­nior.

          1964: in Assen slechts
          acht rijders aan de start
Bij de GP races van Saarland reed Cees van Dongen zich naar een voortreffelijke derde
plaats. Grappig is te zien hoe weinig men eigenlijk wist in die tijd van de GP races elders in Europa. Geld om er naar toe te reizen was er kennelijk niet.
Concentratie voor de start van de races in Etten, 1964, bij Ferry Swaep (6, Tomos). Rechts net de neus in beeld van de Kreidler van
Cees van Dongen. Herman Meijer (92) zit ook op een Kreidler en ook nog net zichtbaar is A. Baas (48) op zijn Itom. Herman Meijer werd Nederlands Kampioen dat jaar.

Er werd melding gemaakt van enige feitjes en dat was het dan. Daar moest je het toen als liefhebber maar mee doen. Hoe anders is dit tegenwoordig. Op Eurosport worden de wedstrijden integraal uitgezonden, journalisten reizen de hele wereld rond en doen uitgebreid in geuren en kleuren verslag van deze GP races. Veertig jaar en een wereld van verschil. Bij de GP van Spanje speelden Nederlanders in
ieder geval geen rol van betekenis. Melding wordt gemaakt van een te­lescoopveer die uit de vork van Derbi-rijder Busquet sprong waardoor Anscheidt kon profiteren en winnen. Hugh Anderson met de Suzuki werd toen tweede. Rare gebeurtenis trouwens, inbusbout vergeten aan te draaien? Niet gezien bij de technische keuring
of trilde het ding zo uitzonderlijk? Het seizoen in Nederland kwam weer op gang via de inmiddels beroemde races in Rockanje. Er is weer driftig gewerkt aan de racers de afgelopen winter en bij de Junioren zien we H. Viscaal op een Honda de Junioren­klasse winnen.
Ook in Nederland dus een Honda en een bijzondere,

Assen 1963. Het duel om de
want het was de ex-Taveri Honda! Bij de senioren was Cees van Dongen weer ongenaakbaar en hij won met glans.We komen ook een nieuw merk tegen: Moto Tansini. Die zien we bij de klasse Junioren, twee stuks, en bij de klasse Senioren, ook twee stuks. Die van de klasse Junioren zullen wel echte Gitans geweest zijn, want Moto Tansini was de naam gereserveerd voor de ex­port, maar die van Martin Mijwaart, die tweede werd in Rockanje en die van Jan Thiel, dat waren eigenlijk al Jamathi's. Deze twee motoren waren eigen constructies, maar de naam Tansini werd gebruikt in de hoop gesponsord te worden door Moto Gitan. Dat kwam er echter niet van. Kort na Rockanje kwam Tubbergen weer aan de beurt. Er werd weer gecombineerd gereden,

Aad van Exel bouwde in deze jaren onverdroten door aan zijn op NSUgebaseerde racers. Hier probeert vader Van Dongen Aads X-16, terwijl Cees toekijkt en ziet dat het nauwelijks past.
dus Junioren en Senioren door elkaar. Viscaal met zijn Honda kreeg daar te maken met een C. van Pommeren die de ex-Royal Nord van Ferry Swaep bereed. En geweldig goed. Viscaal kon het niet bijbenen. Bij de Senioren was het natuurlijk de klasse apart van Cees van Dongen, de Nederlandse Rossi van die tijd. Je wist al wie er ging winnen. Tweede werd Cees van Koeveringe nu ook op een snelle Tomos D5. Leen Hoppezak nam afscheid van de racewereld en werd gehuldigd omdat hij alle zeventien Tubbergens had meegereden; hij werd vijfde en zesde was A. van Exel met de X-16 waarachter zich NSU verschool. Het was dit keer maar een dun rijdersveld en de Tansini's waren afwezig. In juni trad men traditioneel weer aan in Etten. Bij de Junioren zagen we H. Meijer op Kreidler de races winnen. Herman Meijer, de man die zulke mooie kleine motorblokjes bleek te kunnen maken met prachtige versnellingsbakjes, kijk maar eens in het 50 cc Museum in Lex­mond. Henk Viscaal werd met de Honda tweede en Rob Bron met een Tomos D5 werd derde. Die Tomos had hij zelf opgehaald in Slowenië en behoorde niet tot het partijtje productieracers van de Tomos-importeur. Ja, bij de Senioren was het natuurlijk weer Cees van Dongen, maar wie zat hem op de hielen?
Cees van Koeveringe had voor het seizoen 1962 de ex-Anscheidt Kreidler weten te bemachtigen. Hier geeft hij hem de sporen tijdens een race in Beek of Rockanje, achtervolgd door waarschijnlijk C. H. Molders.
De gepromoveerde junior-rijder Jan Kostwinder op Royal Nord. Nou ja, Royal Nord, het was ooit het uitgangspunt ge­weest. Zeer verrassend was Pierre Kemperman als derde over de finish gekomen natuurlijk met Itom. Martin Mijwaart met de Tansini kwam niet verder dan de zesde plek. De TT in Assen kende maar twaalf inschrijvers voor de 50 cc klasse. Teleurstellend weinig. En hiervan kwa­men er uiteindelijk maar acht opdagen aan de start en tijdens de wedstrijden verdwenen er nog drie met pech aan de kant, onder wie Hugh Anderson. Jan Huberts op een fabrieks Derbi behoorde ook tot de uitvallers en Cees van Dongen die vijfde en laatste werd liet voor de finish stalgenoot Anscheidt nog even voorgaan omdat die de puntjes harder nodig had dan hijzelf. Nee, zo'n 50 cc klasse met maar vijf rijders in de baan, was niet direct de ultieme reclame voor deze borrelglaasjes. In Zandvoort ging het in juli van dit jaar heel anders. Daar was een startveld van zo'n 40
juniorenrijders aanwezig. Dan mag je wel spreken van een zeer populaire klasse. Aan het eind bleek Herman Meijer na een slechte start met vijf seconden voorsprong op Rob Bron als eerste afgevlagd te worden. De gemiddelde snelheid lag op 99,289 km/h, een bewijs dat het steeds harder ging. Nog harder moest het dus bij de Senioren gaan. Inderdaad, het gemiddelde van winnaar Cees van Dongen, het wordt eentonig, lag op 102,895 km/h. Ferry Swaep op Tomos werd tweede, A. van Koeveringe op Sachs was derde, Martin Mijwaart op Tansini werd vierde. Pierre Kemperman op de Itom wist zijn machine door scherp sturen nog als vijfde over de streep te krijgen. Dit jaar werd Herman Meijer kampioen bij de Junioren en Cees van Dongen bij de Senioren.

Hans-Georg Anscheidt reed ook in 1964 op Kreidler. Tijdens de TT van Assen eindigde hij als vierde van de slechts acht starters.
Bij nationale wedstrijden zorgde de 50 cc voor flinke startvelden in 1964; hier in Tubbergen kwamen 49 junior-coureurs aan de streep. V.l.n.r. zien we een Morini, een Itom, een Berini en weer een Itom.
Tomos Nederland toonde met enige terechte trots twee D5 racers op de RAI van 1964, want het merk presteerde niet slecht in de 50 cc racerij.
#top
De 50 cc klasse groeide sterk in populariteit, getuige deze start in Rockanje in 1966. Herman Meijer (22) zit al achter het kuipje van zijn Kreidler, terwijl Martin Mijwaart (52) zijn Jamathi nog aanduwt. Een zekere Jan de Vries op Kreidler zou winnen, maar ook van Jamathi zouden we nog meer horen.
De 50 cc klasse werd in de tweede       helft van de jaren '60 steeds populairder in Nederland en in 1965 moesten de races regelmatig in series verreden gaan worden. In de jaren daarna zagen we de oppermachtige Kreidlers en Jamathi's en namen als die van Aalt Toersen, Theo Timmer, Paul Lodewijkx, Jan de Vries en Henk van Kessel.


         1965: de populariteit groeit
In Rockanje schreven dit jaar zo'n 80 coureurs zich voor de 50 cc klasse in, en dan hebben we het alleen maar over de klasse Junioren. Zij werden ingedeeld in vier series van 20 man en de snelsten daarvan kwamen in de finale.
Dat leverde als winnaar H. Duymelinks op, die we niet eerder tegen kwamen. Duymelinks was een monteur die bij Pierre Kemperman werkte en reed dus op Itom. De verdere uitslag was: 2) H. Elzinga, Ital; 3) P. Könst, Itom; 4) G. van Beek, Sachs; 5) J. Philippi, Derbi (productieracer, import Jan Huberts). Bij de Senioren was C. van Dongen de rapste man en won beide series. Ferry Swaep met Tomos werd met een tweede en een derde plaats in het klassement tweede. C. van Koeveringe, volgens opgave met Tomos, was derde. Dan kwamen 4) R. Hoogeveen, Kreidler; 5) A. van Koeveringe, Tomos; 6) J. Kostwinder, NSU; 7) J. Meyer, Derbi. Het waren spannende races. In Tubbergen zagen we het optreden van Aalt Toersen en Jan de Vries in de klasse Junioren.
Zij waren fris geworven door Van Veen en reden op de twaalfversnellings Kreidlers. We hebben het dan nog wel over de Junioren
en we zien hierin ook Paul Lodewijkx op de Jamathi. Want het merk Tansini was inmiddels omgedoopt; Tansini was immers failliet. De eerste acht in deze klasse waren: 1) Aalt Toersen,
Kreidler; 2) Jan de Vries, Kreidler; 3) Jan van Leeuwen, Honda; 4) Paul Lodewijkx, Jamathi; 5) G. van Beek, Sachs; 6) F. Barkhuysen, Kreidler; 7) P.v d. Goorbergh, Tohatsu; 8) G. Maatkamp, BMS. De Tohatsu van Van de Goorbergh was een tweecilinder. Bij de Senioren werd het: 1) Cees van Dongen, Kreidler; 2) Martin Mijwaart, Jamathi; 3) Ferry Swaep, Tomos; 4) Herman Meijer, Kreidler; 5) Aad van Koeveringe, Tomos; 6) Cees van Koeveringe,
De start van de 50 cc in Assen, 1965. Cees van Dongen (17) maakte een droomstart op zijn Kreidler en was als eerste weg. Achter hem duwen Degner (2), Anderson (1), Itchino (3) en Itoh (4) allen hun Suzuki's aan. De overwinning zou echter gaan naar Ralph Bryans op Honda; Van Dongen werd zesde.
Actie in Uden, 1966, met Pierre Kemperman (43) op zijn trouwe Itom, gevolgd door Van Alphen (35) op Royal Nord en Maatkamp (6) op Kreidler.

Tomos; 7) R. Hoogeveen, Kreidler. Dit jaar was er voor het eerst een aantal Tomos D5 racers die onverwacht snel bleken te zijn. In juni volgden vrij snel de traditionele races in Etten. Ook hier waren weer zo'n 80 Junioren aan de start en ook nu werd in twee series gereden. De eerste serie werd gewonnen door Jan de Vries op de voet gevolgd door de Honda van Van Leeuwen. In de tweede serie won Van de Goorbergh met zijn Tohatsu, gevolgd door Zoombelt op Sachs. In de finale had Jan de Vries met pech te kampen en kwam Hennie Duymelinks zo sterk opzet­ten dat niemand, ook Van Leeuwen niet, hem nog kon benaderen. De eind-uitslag van deze klasse werd: 1) Hennie Duymelinks, Itom; 2) J. van Leeuwen, Honda; 3) G. Maatkamp, Kreid­ler; 4) G. van Beek, eigenbouw; 5) F. Quartel, Itom; 6) Jan Zoombelt, Sachs. Bij de Senioren waren het: 1) Cees van Dongen, Kreidler; 2) Pierre Kemperman, Itom; 3) Ferrie Swaep, To­mos; 4) Herman Meijer, Kreidler; 5) J. Meyer, Derbi; 6) Aad van Exel, X16; 7) F. Lengkeek, Itom. Bij de TT van Assen met een wederom magere bezetting moest Cees van Dongen de Nederlandse kleuren verdedigen. Pierre Kemperman werd op het laatste moment gevraagd maar kon de machine niet meer optimaal afgesteld krijgen zodat hij de verlangde trainingstijd niet kon halen. Cees van Dongen werd zesde, nog in dezelfde ronde als winnaar Ralph Bryans op Honda.

Jan de Vries, op de twaalfversnellings Kreidler laat zijn formidabele rijstijl zien tijdens races in Zandvoort in 1969. In 1971 en 1973 zou het hem wereldkampioenschappen opleveren.
Zandvoort had te kampen met hevige windvlagen en motregen toen de 50 cc rijders van start gingen. Je hebt van die dagen.... Bij de Junioren was de volgor­de: 1) J. van Leeuwen, Honda; 2) H. Duymelinks, Itom; 3) F. Quartel, Itom; 4) J. de Vries, Kreidler; 5) G. Maatkamp, Kreidler. Bij de Senioren ging het ditmaal voor Cees van Dongen niet allemaal van een leien dakje. Hij vocht met zijn machine die niet prettig liep en stuurde en ging zo maar onderuit, zonder al te veel aanleiding. Pierre Kemperman reed die dag geweldig goed en wist zijn Itom als eerste over de streep te krijgen. Ferry  
Swaep en A. van Koeveringe, beiden op Tomos, volgden als de nummers twee en drie. Die kwamen dus op het podium terecht. In Zandvoort werd eind augustus nog een race verreden. Weer waren de weergoden slecht ge­humeurd. De Junioren 50 cc hadden weer een enorm aantal deelnemers, dus twee series. Hier­uit kwam als eindwinnaar Jan de Vries te voor­schijn. Aalt Toersen mocht na een valpartij op doktersadvies niet starten. Jan van Leeuwen werd netjes tweede, F. Quartel op Itom werd derde, M. van Aken met Kreidler miste dus het podium. En dat deed ook nummer vijf, H. Duymelinks, die daarmee het Nederlands kampioenschap verspeelde.
Bij de Senioren was Martin Mijwaart de grote man. Zeker nadat Cees van Dongen door een vastloper en valpartij werd uit­geschakeld. Ferry Swaep werd met de To­mos tweede en K. Hoogeveen met Kreidler maakte het podium compleet. Het aantal rijders in de Seniorklasse was dun gezaaid. Nederlands Kampioen bij de Senioren werd Ferry Swaep met Tomos en Jan van Leeuwen met Honda veroverde de titel bij de Junioren.
           1966: Kreidler en
            Jamathi overheersen

De voorjaarstraining op Zandvoort liet naast het gebruikelijke slechte weer ook de gebruikelijke rijders zien. Het nieuws was dat twee Itoms, onder andere die van Hennie Duymelinks, van waterkoeling waren voorzien. De indeling in Junioren en Senioren was inmiddels vervallen en er werd nu gesproken over Nationalen en Inter­nationalen.
In Rockanje reed alleen de klasse Nationalen, maar daar zaten wel de grote namen bij van later. Er werden drie series gereden plus een finale. De uitslag van de finale geven we even compleet om te laten zien dat daarin al veel rijders zaten die later meer dan bekend zouden worden: 1) Jan de Vries, Kreidler; 2) Herman Meijer, Kreidler; 3) J. van Leeuwen, Honda; 4) R. Post, Kreidler; 5) J. Bruins, Kreidler; 6) Jos Schurgers, Kreidler; 7) Aalt Toersen, Kreidler; 8) Rob Bron, Royal Nord; 9. J. Zoombelt, Sachs; 10) J. Groenenboom, Kreidler; 11) R. IJpelaar, DKW; 12) G. Maatkamp, Kreidler;13) E. Loers, Flandria; 14) G. Zegswaard, Sachs; 15)
Anscheidt was hier tijdens de laatste ronde van de Asser TT van 1968 nog aan de leiding, maar Paul Lodewijkx zat al in zijn slipstream - pas op het laatste moment pakte Paul de eerste plek!

M. van Aken, Kreidler; 16) J. Roos, Kreidler; 17) J. Meyer, Derbi. Onder de uitvallers was Pierre Kemperman op zijn Itom. Traditioneel ging men daarna weer naar Tubbergen. Men verbaasde zich erover dat Martin Mijwaart zo hard ging met de "eigenbouw" Jamathi, zoals die hardnekkig in Motor werd genoemd. Maar het was Aalt Toersen die met een gemiddelde van 113,111 km/h won, gevolgd door Cees van Dongen en Herman Meijer werd derde, alle drie op Kreidler.



Het schuurtje waar wereldprestaties werden geleverd: het hoofdkwartier van Jamathi in 1968, met achter de racer van 1967 v.l.n.r.  Paul Lodewijkx, eerste sponsor Arie Bant, Jan Thiel en Martin Mijwaart.
Naast het podium grepen Martin Mijwaart, Jamathi en Jan de Vries, Kreidler. De snelste ronde werd echter geklokt voor Cees van Dongen, met 115,285 km/h. In Etten ging het er weer heel anders toe. Na de twee voorseries meldden zich de rijders voor de finale. Nu was het Martin Mijwaart op de Jamathi die sneller was dan de Kreidler van Aalt Toersen die tweede werd. Herman Meijer werd derde.


De Amsterdamse coureur Rob Bron was ook actief in de borrelglaasjesklasse, hier in Hengelo op Kreidler.
Een mooie actieplaat van Hollands glorie: Martin Mijwaart op de Jamathi in Monza, 1970.

Meijer werd derde, ook op Kreidler en Pierre Kemperman had het geluk dat Paul Lodewijkx net voor het einde uitviel en daarmee kon hij de vierde plaats bezetten. Opvallend is dat de Tomos-racers als sneeuw voor de zon weer ver­dwenen zijn uit het rijdersveld en dat Itom nog steeds hoog kon scoren.
Op Assen reden drie Nederlandse mannen mee: Toersen, De Vries en Mijwaart. Het ging Mij­waart niet voor de wind: een slechte start en al in de eerste ronde een stop. Halverwege viel De Vries met pech uit, een lot dat Aalt Toersen, die het erg aan de stok had met Jack Findlay op Bridgestone (dat toen nog motoren maakte), een ronde later trof. En zo werd Martin Mijwaart de enige Nederlander die, zij het als laatste, in de uitslagen te vinden was. Taveri op Honda won. In juli reden onze Internationale rijders op Zol­der. Met groot machtsvertoon won Cees van Dongen op Kreidler en twee minuten (!) later pas arriveerde de nummer twee: Pierre Kem­perman op Itom.
In Oldebroek, het volgende treffen, werd de 50 cc klasse verreden in twee voorseries, een her­kansing en een finale. In de eerste voorserie werden Toersen en Schurgers respectievelijk één en twee, Jan de Vries - aanvankelijk ook grote kanshebber - kwam met pech als tiende binnen. In de tweede voorserie waren Martin Mijwaart en Pierre Kemperman de grote man­nen. In de finale stond Aalt Toersen al snel met pech aan de kant, hetgeen ruimte liet voor Mar­tin Mijwaart (Jamathi), die echter bougiepro-blemen kreeg in de laatste ronde, waardoor Paul Lodewijkx, ook op Jamathi, dit keer breed kon lachen. Tweede man op het podium was Pierre
Kemperman (Itom) en Jos Schurgers (Kreidler) completeerde het trio.
Op Zandvoort werd de beslissende slag gestre­den voor de Nederlandse kampioenschappen. In de finale werd Aalt Toersen winnaar, gevolgd door Jan de Vries en Herman Meijer. De eerste vijf plaatsen werden alle door Kreidler rijders
ingevuld, daarna zagen we de merken Itom, Tohatsu en Jama­thi over de streep komen. Het               
vermelden waard is dat we bui­ten de inmiddels gebruikelijke racemerken ook nog de Berini van G. Zijderveld op de 21ste en laatste plaats tegenkwamen. Kampioen bij de Internationalen werd Aalt Toersen, bij de Natio­nalen was dit Herman Meijer.

 1967 - 1974: Nederlanders
        winnen wereldtitels
De beschrijving van deze peri­ode is noodgedwongen - ruim­tegebrek - kort gehouden. Dat is niet erg, er is over die jaren al veel geschreven. Het was de bedoeling om in het kader van Onze Brommer deel 2 te laten zien hoe vanuit de standaard­brommer het racen is ontstaan, wie daar bij betrokken waren en welke merken de boventoon voerden.
Met de komst van de meerci­linders vanaf 1962 was interna­tionaal het verband tussen de bromfietsen en de racers eigen­lijk weg.
Het was een eigen categorie lichte motorfietsen gewor­den die evenals een MV Agusta viercilinder weinig met de ge­wone productie te maken had. De hegemonie van Kreidler en Jamathi bij de Nederlandse rij­ders zette in deze jaren gewoon door. Dat vertaalde zich ook in 1967 in Assen. Bij de Interna­tionale GP racerij misten we dit jaar Honda, dat zich terugge­trokken had uit de motorracerij. De plaats van Honda werd vanaf dat jaar ingenomen door Derbi met de rijders Angel Nieto en Barry Smith. Suzuki won dat jaar, maar achter deze vier kop­rijders waren de plaatsen vijf tot en met acht verdeeld over de Ne­derlanders met Kreidler en Ja­mathi. In 1967 werd er een race toegevoegd voor de 50 cc klasse in Raalte, hetgeen nog eens on­derstreept hoe belangrijk deze klasse inmiddels was geworden. Het werd          
steeds duidelijker dat Itom, dat zo lang een zeer voor aanstaande rol had gespeeld, meer en meer in de achterste regionen terecht kwam. Zoals Pier re Kemperman zei:

Aalt Toersen won in 1970 de Grand Prix op de Sachsenring met Jamathi. Een zichtbaar tevreden Jan Thiel duwt de machine van Aalt terug naar het rennerskwartier.
Er was geen houden meer aan, de Itoms moesten het technisch gezien wel afleggen tegen de Kreidlers, de grenzen van de mogelijkheden waren bereikt:' In 1967 werd Jan de Vries Nederlands kampioen. 1968 gaf ons, geheel onverwacht, voor de eerste maal een TT-zege in de 50 cc klasse. Paul Lodewijkx bestond het om Hans Georg Anscheidt op Suzuki te verslaan. Ook de plaatsen drie, vier en vijf waren voor Nederlandse rijders. Het kon allemaal niet op. Niet minder dan 21 rijders aan de finish waaronder tien Nederlanders. In de Nationale races was de belangstelling enorm groot. Kampioen van Nederland werd dit jaar Aalt Toersen. 1969 was het jaar waarin de multicilinders in de 50 cc klasse niet meer werden toegestaan en de versnellingsbakken dienden te worden teruggebracht tot maximaal zes versnellingen. Hierdoor verdween ook Suzuki in deze 50 cc klasse uit de Grand Prix racerij. De Japanse fabrieken waren zelfs bezig geweest met driecilinders. Kansen temeer voor de kleinere Europese fabrieken en al in dit jaar zien we bij de eerste de beste GP in Spanje Aalt Toersen met Kreidler winnen. Het beoogde resultaat, meer mogelijkheden voor kleinere fabrieken, werd zeker behaald. Derbi, Tomos en Guazzoni waren van de partij in de GP races. Guazzoni werd geen blijvertje. Wel melden we de opkomst van een nieuw merk, de Morbidelli, terwijl ook privérijder Wolfgang Reinhard zich met zijn Reimo meldt in deze klasse en stevig mee kon rijden. Na jaren van maar acht rijders aan de start zagen we nu dat deze klasse voor meerdere mensen bereikbaar werd, meer dan 20 deelnemers reden er toen meestal mee. Hoewel het technische vernuft van de meercilinders gemist werd is het racen in deze klasse op zich, dat is duidelijk, in 1969 zoveel interessanter geworden. In 1969 werd Nieto wereldkampioen met de Derbi en Aalt Toersen vice-wereldkampioen met Kreidler. Nederlands kampioen 50 cc werd dit jaar Jos
Schurgers. Bij de klasse Nationalen zagen we nieuwe namen: Henk van Kessel, Adri van de Broeke en Charles de Heer bijvoorbeeld.
Er waren meer Nederlandse coureurs die vuurwerk lieten zien, zoals Jos Schurgers die hier op de Sachsenring in 1970 op zijn Kreidler nog achter Angel Nieto op Derbi zit, maar het duel won en als tweede achter Aalt Toersen eindigde. Nieto moest met de derde plaats genoegen nemen.
En er viel ook steeds meer te racen, want er waren meerdere circuits beschikbaar gekomen zoals Heeswijk, Hilvarenbeek, Montfoort, Meyel, Donkerbroek, Vessem, Hengelo (voor het eerst internationaal)
en Asten. Grote aantallen deelnemers en uiteraard
daaronder mensen die begonnen als Nationaal maar die het later ook ver zouden schoppen, zoalsbijvoorbeeld Theo Timmer die toen op Jamathi uitkwam. Teunis Ramaker werd dit jaar Nederlands Kampioen. Internationaal was Angel Nieto de wereldkam­pioen in 1969 en 1970 en kon Aalt Toersen het net niet redden. In 1969 was Aalt vice-wereld­kampioen met Kreidler, in
1970 deed hij dit kunstje nog eens over met een Jamathi. In de jaren erna werd de oogst nog rijker: In 1971 en 1973 was het wereldkampioenschap voor Jan de Vries en in 1974 was de titel voor Henk van Kessel, beiden met Kreidler. De Ja­mathi's met onder andere Theo Timmer lieten zich ook niet onbetuigd. Met tweemaal een prachtige derde plaats in zowel 1972 als 1973 hadden we de topjaren voor Nederlanders in de GP klasse voorlopig wel even gehad. Gouden dagen, gouden jaren voor de 50 cc racerij in Ne­derland die met meetrappende coureurs ooit in 1953 begonnen was. De 50 cc klasse werd na 1982 in Nederland en na 1983 inter­nationaal ten grave gedragen en op­gevolgd door de 80 cc. Met de komst van de demoraces in de jaren '90 is de 50 cc klasse bijna nog populairder geworden dan destijds. Naar schatting staan er zeker zo'n 300 stuks klassieke racers in werkplaatsen, schuurtjes en huiskamers. Daarnaast kwam ook het 50 cc racen met moderne motoren en scooters sterk opzetten. Nee, de 50 cc klasse is zeker niet dood.

Henk van Kessel sloot de Hollandse zege­reeks in de 50 cc af met een wereldkam­pioenschap in 1974. Hier stuurt hij zijn Kreidler over het circuit van Montjuich. De kleinste klasse had een enorme ontwikkeling doorgemaakt sinds de eerste opgevoerde brommers in 1954!