Koning van de kleintjes - Uitgelicht.
De kleur mag dan grijs zijn geworden, veel haren heeft hij nog niet verloren. En zeker niet zijn streken. Als coureur was hij al slim, sluw en snel tegelijk: Angel Nieto. De nu 63-jarige Spaanse racelegende is met vijftien overwinningen de succesvolste coureur bij de TT van Assen.
'Van straatvechter tot levende race­legende', zo kan de levensloop van Angel Nieto Roldan het best in één zin worden samengevat. Hij werd op 25 januari 1947 in Zamora geboren, maar groeide op in Vallecas, een volksbuurt van Madrid, waar het leven in die tijd hard en moeilijk was. Vader Nieto had een poelierszaak. Dit leverde zijn zoon Angel de bijnaam 'El Pollero' (de poelier) op. De jonge Nieto had echter geen interesse in kippen en ander gevogelte. Hij zocht en vond als twaalfjarig jochie een baantje als leerling-monteur. Naar school gaan was er nauwelijks bij. Dikwijls wachtte Nieto junior tot zijn baas naar huis was om vervolgens de straten van de buurt waar hij woonde onveiligte maken met een partijtje joyriding. Dat gebeurde dan op motorfietsen van klanten. Buurtbewoners herinneren zich nog goed dat er een klein, iel jochie op een 'geleende' 650cc-Triumph of BSA door de straten scheurde. Het ging hier om 'El nino de Vallecas', het kind van Vallecas, zoals hij op latere leeftijd werd genoemd. Om zijn snelheidslusten niet langer op illegale wijze te hoeven uitleven ging Angel op een 50cc-Derbi deel­nemen aan plaatselijke races en heuvel­klims. Insiders hadden direct in de gaten dat 'Engel' - vandaar de twee vleugeltjes in zijn karakteristieke helmdesign - talent had. Nieto was niet alleen snel, maar ook sluw en slim. Hij realiseerde zich op jonge leeftijd namelijk al dat als hij professioneel motorcoureur wilde worden - en dat wilde hij - hij naar Barcelona zou moeten verhuizen. In en rond deze stad was immers de Spaanse motorfietsindustrie met merken als Bultaco, Derbi, Montesa, Ossa en Sanglas gevestigd.
                                                                Held in Spanje
De uitkomst van de droom van de Spaanse jongen, die van Madrid naar Barcelona trok om te kunnen gaan motor­racen, is bekend. Op 3 mei 1964 reed hij op het fameuze Montjuich-circuit in het hartje van de Catalaanse hoofdstad zijn eerste Grand Prix. Ruim 22 jaar later, op 28 september 1986, zijn laatste. Dat gebeurde op het circuit van Hockenheim in Duitsland. In de tussentijd won Angel Nieto niet alleen negentig Grands Prix (uit 254 starts), hij werd ook 12+1 keer wereldkampioen. Zo aangeduid omdat hij uit bijgeloof het getal 13 mijdt. Maar dat niet alleen. In Spanje was de kleine coureur door zijn successen op de Spaanse Derbi uitgegroeid tot nationale held. Na het behalen van zijn eerste wereldtitel (in 1969) werd hij ontvangen door generaal Franco. Nadat die was verdreven, kon Nieto koning Juan Carlos
"Assen, daar kon je op een motorfiets zo prachtig overheen dansen."
Legendarisch waren de duels in de 50cc tussen Angel Nieto (1) en Jan de Vries. Zoals hier tijdens de TT van Assen in 1971.
Een nog heel jonge Nieto met een van zijn eerste trofeeën.
tot zijn vrienden en fans rekenen. De vorst kwam zelfs speciaal naar de Grands Prix van zijn land om er zijn snelle onderdaan te kunnen bewonderen. De voormalige straatvechter, die nauwelijks onderwijs had genoten, werd een van de eerste uithangborden van het sigaretten-
merk Marlboro. Daar stond een riante vergoeding in peseta's tegenover.
De kleine Nieto, althans van postuur, verplaatste zich in een immense Bentley en was meestal omringd door het nodige vrouwelijke schoon.
Nog altijd is Angel Nieto Roldan een held in Spanje. En nog altijd is hij bij elke Grand Prix aanwezig. Eigenlijk is hij in al die jaren dat ik hem ken - dat zijn er inmiddels meer dan veertig - niet veel veranderd. In de eerste plaats is hij nog altijd liefhebber van de sport, want ook nu nog heeft de voormalige Spaanse furie racebloed in zijn lijf. Verder is hij commentator voor de Spaanse televisie, schrijft hij columns in kranten en motor­bladen en... regelt hij van alles. Want de invloed van Nieto in de Spaanse motorracerij is nog altijd heel groot.
      Assen was prachtig
Ik tref hem in zijn gigantische motorhome dat natuurlijk in het rennerskwartier staat geparkeerd. "Waar wil je over praten?", vraagt hij in gebrekkig Engels. "In de eerste plaats over Assen", antwoord ik. Zijn ogen beginnen te glimmen. "Assen. Het mooiste circuit waar ik op heb gereden!", merkt hij enthousiast op. "Maar dan wel de baan met dat lange rechte eind en die prachtig in elkaar overlopende kombochten. Daar kon je >
Na het behalen van zijn eerste wereld­titel werd Angel Nieto ontvangen door generaal Franco.
De nu 63-jarige Angel Nieto is nog steeds bij elke Grand Prix aanwezig.
op een motorfiets zo prachtig overheen dansen." Gezeten in zijn stoel neemt hij de racehouding aan. Uit zijn lichaamstaal maak ik op dat hij zich na de S-bocht te hebben genomen op de (voormalige) Bedeldijk bevindt. Er wordt fictief terug­geschakeld voor de haakse bocht, die zich op het einde van het lange rechte stuk bevindt. Daarna gaat het verder. Plat achter het stroom lijnruitje, sorry in de stoel volgen: Stroomdrift, De Vennen, Madijk, Ossebroeken. "Now the Stroeben", roept hij enthousiast. Daarna volgt de zwiepende Veenslang en de rest van het eens zo unieke circuit. Angel Nieto weet na 27 jaar nog precies elke meter van zijn favoriete baan. Hij en zijn collega's reden er in 1983 voor het laatst op, want daarna onderging het circuit de eerste van vele veranderingen. "Jammer, heel jammer. Het was de kathedraal van de motorsport, maar ze hebben, de baan
Een Nederlander die heel veel met Angel Nieto te maken heeft gehad is Jan de Vries. Vijf jaar lang, van 1968 tot en met 1972, knokte hij met de Spanjaard tijdens elke Grand Prix om elke centimeter asfalt. In 1971 trok De Vries wat de strijd om de 50cc-wereldtitel betrof aan het langste eind. Hij deed dat op heroïsche wijze door de laatste race van het seizoen, die op Spaanse bodem plaatsvond, te winnen. Mede door alle druk was Nieto al in de eerste ronde van zijn Derbi gevlogen. In 1973 veroverde De Vries nogmaals het 50cc-wereld­kampioenschap, maar toen was Nieto niet in de borreiglaasjesklasse van de partij. Helaas wist Jan de Vries nooit de TT van Assen te winnen. Dat kwam niet alleen door valpartijen en pech, maar ook omdat zijn eeuwige Spaanse rivaal hem dwars zat. "In 1972 kwam ik er nog het dichtst bij", weet Jan de Vries zich nog maar al te goed te herinneren. Hij lag met zijn Van Veen Kreidler aan de leiding toen zijn machine in de laatste halve ronde vermogen verloor. "Hierdoor kon borrelglaasjesklasseasseren en met drietiende seconde verschil winnen." In die tijd hield de tweestrijd De Vries-Nieto op de nietige 50cc-tjes niet alleen de Nederlandse motorfans in de ban, maar de hele sportwereld. Jan de Vries kijkt met een voldaan en trots gevoel terug op zijn duels met de vurige Spanjaard op de knalrode Derbi. "Hij is absoluut een van de allergrootsten uit de lichtste klassen. Het was altijd heel bijzonder om tegen hem te rijden. Hoewel de rivaliteit ontzettend groot was, was het prettig om samen het gevecht aan te gaan. We vertrouwden en respecteerden elkaar. Er werden geen gemene spelletjes gespeeld, hoewel veel mensen dat toen van     
Nieto dachten. Je moest je positie wel bij hem afdwingen, iets wat me is gelukt. We waren als coureurs    totaal verschillend. Hij had een echte Spaanse mentaliteit. Het ging snel of langzaam. Iets daar tussenin bestond er niet. Was het gevaarlijk,
dan maakte dat ook niets uit. Ik weet nog dat hij op Monza een bepaalde bocht vol in zes nam en langs de strobalen scheerde. Ik schakelde een keer terug. Blijkbaar zag hij de vangrail niet. Ik wel! Lange door­draaiende bochten, zoals in de Assen De Strubben, waren voor mij. Dat kwam waarschijnlijk door mijn ervaring als grasbaancoureur. Het waren prachtige duels."
Nadat hij zijn helm aan de kapstok had gehangen, werd Jan de Vries nogmaals met Angel Nieto gecon­fronteerd, maar wel in een andere hoedanigheid. "In 1975 kocht hij zich in bij Van Veen Kreidler en maakte ik zijn machines klaar en ging als technicus mee naar de GP's. Hij werd dat jaar opnieuw 50cc-wereld­kampioen en was me zeer dankbaar. Alleen als zijn teamgenoot Julian van Zeebroeck wel eens sneller was, twijfelde Nieto of hij wel degene was die de beste spullen had."
naar de knoppen geholpen. Gelukkig heb ik heel wat rondjes op het oude circuit mogen rijden. Het was elke keer weer prachtig."
Maar Angel Nieto heeft nog veel meer goede herinneringen aan Assen. Weet hij dat hij er met vijftien TT-zeges nog altijd de meest succesvolle coureur is? Nee, dus! "Dat vind ik wel mooi!", laat hij opnieuw enthousiast weten. Dan begint hij uit zichzelf herinneringen op te halen. "Ik weet wel dat ik er drie keer een dubbeloverwinning heb behaald." Dat gebeurde dus in zijn favoriete klassen, de 50cc en 125cc. "In Nederland was

Hij mijdt het getal
13 uit bijgeloof.
ik niet zo populair, want ik was altijd in gevecht met de Nederlandse 50cc-coureurs. Met Paul Lodewijkx, Jan de
Vries, Aalt Toersen, Jan Huberts en ga zo maar door. Het was een heel mooie tijd."

Speciale band
Terwijl Giacomo Agostini op de Drentse heide vele jaren in de 350- en 500cc- >
Eenmalig optreden in de 500cc-klasse op de reserve-fabrieks-Honds van vriend Marco Lucchinelli. Het werd geen succes (GP Spanje 1982).
De TT van 1977 leverde Nieto twee
Op de 125cc-Garelli was Angel Nieto onverslaanbaar. Zoals hier tijdens de TT van 1982.
Angel Nieto met zijn veel te vroeg overleden Bultaco-teamgenoot Ricardo Tormo, die hij zijn grootste tegenstander noemt.
klasse heerste, deed Nieto dat dus in de 50 en 125cc. 'The king of the tiddlers' (de koning van de kleintjes) werd hij door de Engelsen zo prachtig genoemd. Van 1979 tot en met 1984 was de Spanjaard in Assen in de 125cc-klasse zelfs onver­slaanbaar. Sterker: in de meeste gevallen speelde hij met zijn tegenstanders. Nieto kon dat mede doen omdat hij altijd in het zadel van de snelste machine zat. Angel Nieto was niet alleen slim op
de baan, maar ook ernaast. Want hij zorgde er wel voor dat hij het was die de beschikking had over de beste technici en zo het snelste materiaal. Daarmee komen we op de naam van Jan Thiel, de Nederlandse tweetakttovenaar die Nieto onder de vlag van de merken Bultaco, Minarelli en Garelli naar zoveel successen leidde. "Jan Thiel is de beste", laat de twaalf-plus-één-voudig wereldkampioen resoluut weten. "Daarmee wil ik de Derbi-mensen niet tekort doen hoor. Door hen ben ik uiteindelijk in de Grands Prix gekomen. Derbi, dat was echt een
Spaans familiegebeuren waar ik me altijd goed thuis heb gevoeld. Maar met Jan Thiel heb ik toch wel een heel speciale band opgebouwd."
En wat waren Nieto's grootste tegen­standers in al die racejaren? Daar hoeft hij niet lang over na te denken: "Paul Lodewijkx, Gilberto Parlotti, Barry Sheene en Ricardo Tormo. Vooral Tormo. Die was altijd snel. Op elk circuit. Onder alle omstandigheden. Hij was vooral in de regen waanzinnig goed. Eerst was hij bij Bultaco mijn leerling, maar al snel ontwikkelde hij zich tot mijn grootste tegenstander."
Omdat hij nog altijd bij elke Grand Prix aanwezig is, heeft Nieto zeker een mening over alle ontwikkelingen die de laatste veertig jaar hebben plaats­gevonden. "Een racemotor heeft nog steeds twee wielen en ze rijden nog steeds op asfalt. Dat is zo'n beetje het
enige wat gelijk is gebleven. De sport is natuurlijk veel professioneler geworden. De invloed van de media en de
Als het om de meeste gewonnen wereldtitels ging, trachtte Angel Nieto Giacomo Agostini van de hoogste trede te stoten. Iets wat niet lukte. Hij bleef steken op dertien, tegen vijftien voor de Italiaan.
Een weerzien in 2002 met zijn vroegere rivaal maar bovenal vriend Barry Sheene, die veel te vroeg overleed.
De beide grootmeesters (iets grijzer) 26 jaar later, in 2009.
Op het circuit van Jerez wordt Angel Nieto gegierd met dit '12+1'-standbeeld.
    "De racerij heeft mij alles in
            mijn leven gebracht."
Pablo (links) en Angel Junior traden enigzinds in de voetsporen van hun vader.
commercie is enorm. Vroeger reden we eigenlijk alleen in Europa. Nu vinden er Grands Prix over de hele wereld plaats. Door betere circuits en betere techniek is het racen veel veiliger geworden. Ook is de gemiddelde leeftijd van de coureurs een stuk naar beneden gegaan."
                                 Voetsporen
Veel coureurs zijn de laatste twintig jaar van de 125cc, via de 250cc naar de 500cc/MotoGP doorgestroomd. Voorbeelden zijn Loris Capirossi, Valentino Rossi, Dani Pedrosa, Casey
Stoner en Jorge Lorenzo. Zoiets gebeurde vroeger veel minder. "Ja, toen werd je min of meer als 50cc- en 125cc-coureur geboren. Of je reed je hele carrière in
de 350 en 500cc. Dat is mij ook over­komen." Vindt 'The king of the tiddlers' dat jammer? "Ja. Bij nader inzien wel. Ik heb ook wel 250cc-GP's gereden.
Maar dat werd geen succes, omdat ik geen goed materiaal had. Wel ben ik in Spanje meerdere keren 250cc-kampioen geworden. Ik heb er zelfs ook gereden met een 750cc-viercilinder-Yamaha." En dan dat ene 500cc-GP-optreden.
Nieto begint te lachen als dit onderwerp wordt aangeroerd. Het was de Spaanse Grand Prix van 1982. Plaats van hande­ling was het onder de rook van Madrid gelegen Jarama-circuit. Onder het oog van koning Juan Carlos maakte Angel Nieto er zijn debuut in de koningsklasse. Dat gebeurde op de reserve-Honda­fabrieksmachine van vriend Marco Lucchinelli. Als regerend wereldkampioen had de Italiaan Honda zover gekregen dat Nieto voor eigen publiek wel eens even zijn kunnen in de belangrijkste weg-racecategorie ten toon mocht spreiden. Het werd geen succes. "Toch denk ik, als ik had doorgezet en meer had kunnen trainen, ik ook in de 500cc had kunnen slagen", is hij van mening. Veel insiders zijn echter een andere mening toegedaan. Angel junior en Pablo, de twee oudste zonen van Nieto (de derde, Hugo van acht jaar, heeft een andere moeder), hebben lange tijd getracht om in de voetsporen van hun beroemde vader te treden. Dit is slechts gedeeltelijk gelukt. Hoogtepunt voor senior is ongetwijfeld mpg de overwinning van Pablo in de 125cc-GP van Portugal in 2003.

Angel Nieto veroverde zes van zijn 12+1 wereldtitels en acht van zijn vijftien TT-zeges op racemachines, die werden geconstrueerd door Jan Thiel. Het was een uniek Nederlands-Spaans samenwerkingsverband.
"In 1967 werd ik aan Angel Nieto voorgesteld door Jan Huberts. Ze waren toen teamgenoten bij Derbi", aldus de nu in Thailand levende Thiel. "Gedurende onze Jamathi-jaren hebben we altijd met Nieto te maken gehad. Af en toe vervloekte ik hem. Helemaal toen hij in 1969 in Noord­lerland Paul Lodewijkx van zijn machine reed. Dat heeft ons toen
de 50cc-wereldtitel gekost. Toen kon ik nog niet vermoeden dat we een aantal jaren later zo goed zouden gaan samenwerken. Eerst bij Bultaco en vervolgens bij Minarelli en Garelli. We konden heel goed met elkaar overweg en hebben eigenlijk nooit een probleem met elkaar gehad. We zijn nog steeds vrienden." Jan Thiel kent Angel Nieto dan ook door en door. "Hij is ontzettend slim en weet in een oogwenk een oplossing voor een probleem te vinden. Zo brak in 1984 te Silverstone vlak voor de start een clip-on van zijn machine af. Ik wist niet zo snel wat ik moest doen, want we hadden geen reserve bij ons. Er moest een clip-on van de reservefiets, die in de vrachtwagen stond, worden afgeschroefd. Er werd gezegd dat we weg moesten van de grid. Angel reageerde hierop met het omkeren vanNoordierlandapkist. Omdat al het gereedschap op de
baan lag, kon er niet worden gestart. Zo lukte het om toch een andere clip-on te monteren. Nieto won de race  
en was hiermee tevens wereld­kampioen." Een andere anekdote stamt uit Assen. "Na de trainingen voor de TT moest een keer een motor compleet uit elkaar. We wilden graag weten of die goed liep. Er was toen nog geen warm-up-training. Maar hoe doe je dat in Assen op zaterdagmorgen? Ik zei tegen Nieto dat het onmogelijk was. Maar hij had een goed idee. De Spaanse tv-ploeg werd naar de organisatie gestuurd met het verhaal dat ze een opname van hem moesten maken vanuit een rijdende auto.
Het was héél belangrijk voor ze. Uiteindelijk kregen ze toestemming om één ronde te rijden. Nieto bleef tot halverwege de Bedeldijk achter de auto. Eenmaal uit het zicht van de officials draaide hij het gas vol open, ging de auto voor bij en zag dat zijn motor goed liep. We wonnen daarna de race. Zo zijn er nog meer verhalen te vertellen. Hij is werkelijk geniaal. En zal voor mij altijd de beste coureur blijven, die er ooit is geweest."
Met Jan Thiel na de vijftiende TT-zege in Assen.
Daarmee traden de Nieto's als Grand Prix-winnaars toe tot het exclusieve groepje van 'Zo vader, zo zoon'. Het MotoGP-team van de twee broers met Sete Gibernau als coureur stierf verleden jaar een vroege dood, omdat de hoofd­sponsor zijn financiële verplichtingen niet nakwam. Neef Fonsi is dit seizoen actief in de Moto2. Ongetwijfeld bemoeit Nieto senior zich achter de schermen met de nodige zaken, want zo zit hij in elkaar en zijn invloed is zeker in Spanje nog groot. Dat komt mede tot uiting in alle sponsor­namen die zijn jas sieren. Dit jaar komt Angel Nieto voor de 43e achtereen­volgende keer naar Assen. Hij doet dat met plezier. Want zoals de vijftienvoudig
winnaar van de TT van Assen stelt: "De racerij heeft mij alles in mijn leven gebracht   
en ik vind het nog steeds een prachtig wereldje." <
Met nog twee maanden te gaan voordat het seizoen 1974 van start gaat, wilden we graag een interview hebben met N ieto, maar hij is nooit makkelijk te vinden. Hij is namelijk een even­goed zakenman als rijder en hij blijft nooit lang in zijn woon­plaats Madrid, waar hij een garagebedrijf heeft met zijn broer en zwager.
Gelukkig wist ik hem op te sporen, juist nadat in Spaanse racekringen een sensationeel nieuwtje explodeerde: Juan,
N ieto's persoonlijke mecanicien, die met hem mee gegaan was naar Morbidelli, had het
1 taliaanse merk de rug toege­keerd en was eind januari terug­gekeerd bij Derbi. Maar waarom? Er is niets zeker, maar men mag veronderstellen, dat hij zich niet kon verenigen met de plannen
die Giancarlo Morbidelli voor
het komende seizoen koesterde en volgens de geruchten, wilde
hij niet langer zijn tijd of die van N ieto verspillen aan experi­mentele projecten.
Het is inmiddels bekend, dat Jorg Möller, de chef-constructeur van Van Veen en de man die de fabuleuze K re id Iers voor Jan de Vries construeerde, thans gecontracteerd is door Morbidelli voor een bedrag van f 90.000,-
om dit jaar de Morbidelli's snel te maken.
En terwijl N ieto wachtte op de komst van Möller om voor hem de problemen met de Morbidelli tw ins op te lossen, verliet Juan, N ieto's monteur en persoonlijke vriend, de fabriek in Pesaro omdat hij het niet eens kon zijn met de ideeën zoals die uitge­voerd zullen gaan worden. Wat steekt daar achter?
Wij spoorden N ieto op in zijn favoriete hotel in Barcelona. Na wat "snelle" praat over en weer gingen wij gezamenlijk (mijn vriend Benjamin G rau, de Spaanse 50 cc kampioen, was ook van de partij) een hapje
eten in de 1 nternational N autical Club in Barcelona, waar ik. als interviewer aan N ieto in een· ongedwongen sfeer wat vragen stelde.
J.A .: Angel, heb je al een contract getekend bij Morbidelli? A .N .: Nog niet. Dit jaar wil ik de dingen goed doen. Wat vorig jaar gebeurde kan ên mag niet meer voorkomen. 1 k ben 5- voudig wereldkampioen en dus wil ik een goede machine, waar­mee ik die reputatie opnieuw kan waarmaken.
J.A.: Wat was er aan de hand met Juan bij Morbidelli?
A .N.: 1 kweet het niet, ik veronderstel dat men het
niet eens kon worden over bepaalde zaken.
J.A.: Is Jorg Möller al bij Morbidelli?
A .N .: Ja, hij werkt momenteel al aan de machines.
J.A.: In welke klassen zal je starten?
A .N .: A Is de 125 cc-er naar tevredenheid loopt, zal ik me alleen op deze klasse concen­treren. 1 k zou graag ook een 50 cc Morbidelli hebben gehad, maar Möller heeft een overeen­komst met Van Veen geen 50 cc Morbidelli te bouwen.
J.A.: Wanneer denk je te tekenen?
A .N .: Pas als de fiets gelijk­waardig is aan de concurrerende Yams, dàn en geen seconde eerder! Ditjaarwil ik de bèste machine, zo niet, dan zal ik geen deel uit maken van het "Continental Circus".
J.A .: Zou je in dat geval terug gaan naar Der bi?
A .N .: Ik ben er van overtuigd, dat ik met de 125 cc D erbi de wereldtitel had kunnen behouden, maar vanzelfsprekend wil ik Derbi niet dwingen. Als ik Morbidelli afwijs, dan zal ik zeker naar D erbi toe stappen en hen vragen opnieuw te gaan
racen, maar weigeren zij, dan zal ik zeker niet aan blijven dringen.
Tenslotte weet een fabriek . beter dan wie ook, waarmee  
hun belangen het meest gebaat zijn.
Dus dit zijn de feiten: aan het eind van februari, heeft Angel
N ieto nog steeds geen zekerheid of hij zal racen of niet in 1974. Wat zal het worden? D erbi of Morbidelli? Persoonlijk zou ik dolgraag de fabriek uit het Spaanse Mo liet del V alles weer terug willen zien in de GP­racerij, maar de werkelijkheid maakt een come-back hoogst onwaarschijnlijk. Bij Derbi werkt men momenteel keihard aan de vergroting van de produktiecapaciteit in de middelzware klasse. Evenmin is het een geheim, dat Derbi momenteel 125 cc produktie­racers aan het bouwen is meteen geclaimd vermogen van 35 pk en dat er verder watergekoelde kits ontw ikke Id worden voor de
18,5 pk 50 cc produktieracers. Neen, het zou bijna een wonder zijn als D erbi besloot om N ie\o weer te gaan steunen.
Angel N ieto is een strijdlustige, dappere rijder van absolute wereldklasse, een echte winnaar en èén van de weinigen die geschiedenis geschreven heeft in dit tijdperk van de-moderne Grand Prix-racerij. Tesamen met
Het beeld in 1973: Nieto op de 125 cc Morbideffi-twin.
Derbi bereikte hij meer dan waarvan de meeste wegrenners ooit durven dromen: niet minder dan 5 wereldkampioenschappen! Maar 1973 was een nachtmerrie in de carrière van de meest controversiële rijder in de lichtere inhoudsklassen. Na afloop van het seizoen 1972 trok Derbi, die niets meer te winnen had maar alles te verliezen, zich terug uit de wegracerij na een seizoen waarin men bloed, zweet en tranen moest vergieten om de wereldtitels in de 50 en 125 cc klasse in Spaanse handen te houden.
Jan de Vries en de ultra snelle Van Veen-K reidlers stuwden
N ieto naar de limiet van zijn kunnen, soms zelfs daar over heen en in de gedenkwardige race aan het eind van '72 op het,
Montjuich circuit in Barcelona stond de naald van de toeren­teller meer in het rcode toeren­gebied dan er tegen aan! Jan de Vries had zich in de jaren daar­voor, dankzij zijn ijzeren wil, ontwikkeld tot een echte prijs­vechter, een gevaarlijke ' kandidaat voor de titel en een volleerd rijder in de letterlijke zin van het woord. Gelijktijdig ontwikkelden de Van Veen­Kreidlers zich meer en meer tot technische juweeltjes, die thans tot äe absoluut snelste vijftigers ter wereld gerekend mogen worden.
In de 125 cc klasse werd Angel N ieto en Derbi al evenmin tijd om adem te halen gegund. In het begin van het seizoen werdèn zij achtervolgd door de veel
betreurde Gilberto Parlotti, en na Parlotti's dood in de TT op het eiland Man, door de opkomende Chas Mortimer, terwij 1 aan het eind van het seizoen de "superster" van Yamaha-troef Kent Andersson begon te schijnen.
Het was ongetwijfeld een enorme opgave voor een klein familiebedrijf als Derbi om met twee tegenstanders van het formaat van Van Veen-Kreider en Yamaha geconfronteerd te worden met Jan de Vries en Andersson-Yamaha. Halfweg het 1972-seizoen stond zowat
de gehele fabriek tel ken male in angstige afwachting van de verrichtingen van Nieto; bijna elke werknemer had er onrustige nachten door en meermalen kwamen de lopende banden van de standaard motorfietsen (die uiteindelijk toch voor de noodzakelijke winst moesten zorgen) tot stilstand, omdat er vakmensen ingezet moesten worden om Nieto nog op tijd aan nieuwe onderdelen voor de rode fabrieksracers te kunnen helpen.
Het zou te ver voeren om alle wijzigingen op te sommen, die Nietó's Derbi's in de loop van het 1972-seizoen ondergingen om de machines aan de top te kunnen houden, maar ik kan u verzekeren dat het er heel wat waren: complete nieuwe versnellingsbakken en nieuwe cilinders gingen binnen een
maand van het tekenbord naar de circuits ... !
Meer dan 50 man sterk was soms het team dat werkte aan het veroveren van de wereldtitels! En uiteindelijk werden ze in de laatste G P in Barcelona ook gewonnen, maar ..... Jan de Vries beëindigde het seizoen in een betere vorm dan ooit en wat Kent Andersson betreft, van hem had een week later het nieuwe seizoen al weer mogen beginnen. Logischerwijze had een familiebedrijf als Derbi weinig interesse zich op deze basis
verhaal is bekend, is het niet? Pech en nog eens pech. De machine was slechts zelden bij de snelste finishers te vinden en meermalen maakte Angel N ieto dankzij mechanische manke­menten kennis met het asfalt. Met elke wedstrijd werd de moraal van de 5-voudig wereld­kampioen verder ondermijnd, totdat Angel het uiteindelijk welletjes vond! Tot hier en niet verder!
Na de ervaringen van 1973 lijkt het eerder aannemelijk, dat Angel N ieto in 1974 naar de wereldkampioenschappen zal gaan als ..... toeschouwer! .
Komt deze tijd terug? Nieto met het Derbi-team.
nogmaals aan een jaar van intense inspanningen bloot te stellen en dat niet alleen, maar ook aan produktieverliezen en grote financiële investeringen.
En dus besloot Derbi aan het eind van het seizoen '72 de slanke, vuurrode racers terug te trekken uit de G P-racerij.
Voor een prof als Angel N ieto, een knaap die bovendien • helemaal gek is van racen, was dit begrijpelijke besluit een moeilijke zaak, maar met zijn capaciteiten was er snel een nieuwe baas gevonden.Hij tekende een contract met Morbidelli en het 1973-seizoen begon. Wel, de rest van het

De toppers uit de 125 cc in 1972: Mortimer, de betreurde Parlotti, Nieto, Jonsson en Andersson.
Onze correspondent Jaime A /quersuari in gesprek met Nieto.