Mike adieu - Uitgelicht.
Peter — En dan krijgen we 1966, toen je van stal wisselde.

Mike — Ja, dat was het jaar van die late T.T. en wilde ik nog we­reldkampioen worden, dan moest ik alle resterende 500 races win­nen. Zou ik die T.T. niet winnen dan kon ik het kampioenschap meteen vergeten,

Peter — Je had toen de nieuwe Hon­da?

Mike — De nieuwe 500 viercilinder.

Peter — Je reed daar die fantasti­sche tweede ronde mee van 107.07 mijl. Dat was enorm, alhoewel Ago..

Mike — die was geweldig met 106 of zo geloof ik..

Peter — 106.08.

Mike — Kijk eens aan, bijna 107 mijl per uur.
Mike Hailwood samen met de rivaal voor wie In dit grammoloonplaatinterview steeds onverholen bewondering doorklinkt, de hier als Indiaan getooide Giacomo Agostini. De ahornblaadjes op het erelint verraden hel al, deze huldigingsfoto komt van de enige Grand Prir ooit in Canada verreden.
(Geluid van de 500 Honda bij Greyg
ny Baa)

Mike — Gelukkig regende het tij­dens de laatste twee ronden van de 500 race, en ik zag kans om er een paar minuten voorsprong uit te peuteren, ik denk door wat mer ondervinding met de natte we­gen op het eiland dan Ago.
(Geluid 500 Honda bij Balla)

Peter — Maar vóór die 500 kwam dat jaar toch de 250 Mike?

Mike — Klopt ja, en het was de eer­ste keer dat ik met de zescilinder op Man kwam.

Peter — En de concurrentie?
Mike — Phil Read, Ivy en Stuart Grahmam, die onofficieel lid van de Honda-ploeg was.

Peter — Hoe verliep die race?

Mike — Nou, erg rechtlijnig, Ik had
van start tot finish de leiding.

Peter — Je ontnam ze al direct de moed door zo'n verpletterende eerste ronde met staande start, zoals je meer deed in die dagen, maar even 104.29 mijl!
(Geluid van de zescilinder Honda bij
Cronk-Y-Voddee)

Peter — Phil Read was uitgevallen in de eerste ronde en hij was toch wel je meest ernstige rivaal, niet­waar?

Mike — Ja. Ik kwam zo'n zes minu­ten vóór Stuart aan de finish. Het was een saaie race. lk deed kalm aan, hield zo'n 1500-2000 toeren over, want ik wilde hem wel heel-houden!
"Mike Hailwood adieu", moesten we dit verhaal als titel meegeven. Niet omdat dit het laatste deel is van de vier die wij hebben gewijd aan de vertaling van de verbindende tekst tussen de racegeluiden op de lang-speelgrammofoonplaat die als een weergaloos souvenir is gemaakt van Mike's T.T.-overwinningen, maar om­dat het inmiddels wel heel definitief schijnt te zijn, dal de door velen als de allergrootste motorcoureur aller tijden beschouwde Mike-the-Bike een punt heeft gezet achter zijn racecar­rière op twee wielen. Een besluit dal onvermijdelijk natuurlijk een keer
moest komen, maar dat wellicht isverhaast door het terugtrekken van de Japanse fabrieken. De hoop dat Benelli hem zou kunnen aantrekken werd gevoed door zijn optreden op dit Italiaanse merk in de laatste Grand Prix van vorig Jaar, maar hoe. wel Mike zelf wel eens heeft ge­zegd ,dat autoracen hem eigenlijk niet ligt, ziet het er naar uit dat hij nu toch het voorbeeld van John Sur­tees wil gaan volgen. Voorwaar het einde van een heel apart hoofdstuk In de motorsport, die zelden zo lang en zo brilliant werd beheerst door één rijder. Maar nog lang zullen we genieten van zijn stijl, vastgelegd  
op ontelbare foto's, van zijn meestal zo
soepele, maar soms ook bar heldhaf­tige rijden en van de geluiden van die ontzaglijke variatie van machi­nes die hij in al die Jaren met even­veel gemak stuurde en die zijn be­waard op de Stanley Schofield gram­mofoonplaten zoals eerst op de kleine EP 303 en nu dan in de meest grootse vorm op de langspeelplaat LP 580, waarop BBC-commentator Peter Ar­nold in een gesprek met Mike dit hele onvergetelijke motortijdperk nog eens doorpraat (door ons hier als handleiding bij de plaat zo letterlijk mogelijk vertaald) en doet herleven met de originele racegeluiden van Jat die fabrieksracers.
Hierboven: bij een afscheid van Mike past een plaat van zijn meest tot de verbeelding sprekende machine, de fantastische 250 cc Honda zescilinder. Daarnaast de manier waarop zijn rivalen deze wondermachine bij­na uitslullend te zien kregen tijdens de race!

Peter — Wordt zo'n race dan inder­daad vervelend, als de tegenstan­ders uitgeschakeld zijn en je, me­chanisch trammelant voorbehouden, op je gemak kunt winnen?
Mike — Dat is dan wat het rijden betreft. Maar mentaal ga je dan te


Het Is al weer een paar jaar geleden dat Jan Heese's camera Mike aldus vastlegde bij de caravan van Jan Redman in het ren­nerskwartier van Franchorchamps.
meer zitten piekeren of de ma­chine het de rest van de race zal uithouden, hoeveel voorsprong je hebt Ms hij er eens mee op zou houden en hoe ver je in die tijd nog zou komen met duwen om toch nog te winnen!

Peter — Maar je hebt normaliter ook nog wel tijd om over alles na te denken als je toch zo enorm ge­concentreerd moet zijn om in 22 minuten het eiland rond te kijken?

Mike — 0, ik zit altijd over aller­lei rare dingen te piekeren. Je zult het nooit geloven, maar tijdens die 250 race waar we het zojuist over hadden, zat ik gedurig te denken aan een intrige in een boek wat ik in die dagen aan het lezen was.

Peter — Dus net zoiets als wanneer je een auto bestuurt waaraan je gewend bent en je kent de weg, dan kun je je gedachten de vrije loop laten?

Mike — Nou, dat is dan alleen in zo'n race waarbij je zo'n voor­sprong hebt en waarin praktisch niets meer kan gebeuren. Maar vaker heb je het veel te druk om aan wat voor idiote dingen dan ook te denken.

Peter — Heb je er altijd van gehou­den om duels uit te vechten met deze of gene bekende rijder, of zou je even veel plezierig rijden als er geen tegenstanders waren?

Mike — Dat hangt er helemaal van af wat ik rijd en tegen wie ik rijd, maar grappig genoeg zijn de races waarin ik me het best heb ver­maakt, die waarin ik echt strijd heb moeten leveren met de con­currentie en dan bedoel ik op de weg en niet tegen de klok.

Peter — Je bent nu een jaar of zes, zeven fabrieksrijder geweest. Maar daarvoor hadden jullie je "Ecurie Sportive". Voelde je je toen ge­lukkiger, of ben je liever fabrieks. rijder?

Mike — Als je op je eigen machine rijdt drukt de verantwoordelijkheid minder zwaar. Ik had toen alleen verantwoording af te leggen aan mijzelf en aan m'n vader — dat laatste was trouwens erg genoeg — en er is niemand die je eigen­lijk de schuld kunt geven als er tijdens de race wat mis gaat.

Peter — Inderdaad draagt een fa­brieksrijder een groter verantwoor_ delijkheid en dat terwijl de men­sen schijnen te denken dat van­daag de dag al die fabrieksrijders een soort play-boys zijn.
Mike — Ach die kletskoek. Goed we zullen wel eens een beetje net doen alsof, maar geen van al die jongens die Ik ken is het werke­lijk. Het is larie!
Peter — Het racen is een serieuze zaak!
Mike — Reken maar!
Peter — Doe je nu nog iets van een speciale training Mike? Voor zover ik weet doe je dat op het eiland Man niet, hè?

Mike — Niet speciaal, maar in het weekend rij ik genoeg om fit te blijven, speciaal op het eiland Man.

Peter — Mike, het eiland is nogal iets aparts, in zoverre dat het een race is waar iedereen een volle week gaat trainen, maar je moet er onmenslijk vroeg in de morgen of laat in de avond rijden. Wat vind jij daar nu van?

Mike — Verschrikkelijk. Ik heb een gloeiende hekel om op te staan om vier uur en dat duurt dan ook nog zo'n dag of tien nietwaar?

Peter — Nagenoeg ja.

Peter — En wat vind je nu van het eilandcircuit, als het langste, het zwaarste.

Mike — Ja, dat is het wel, bijna 38 mijl. Ik weet niet hoeveel bochten er in zitten maar het zijn er fan­tastisch veel. Je moet er precies zijn. Ik geloof wel, dat het het gevaarlijkste circuit ter wereld is, omdat het omzoomd is door muur. tjes, bomen en allerlei harde ob­stakels en veel meer dan normale concentratie vereist.

Peter — Maar van alle circuits in d ewereld die je nu hebt gereden — en ik denk dat je het meren­deel van de bekende circuits hebt
gereden — vind je dan nog Man het beste?

Mike — Nou niet van het standpunt van de toeschouwer, bepaald niet, maar van
rijdersstandpunt en dan voornamelijk uit prestige-overwe­gingen wordt het toch wel veron­dersteld het beste te zijn, ja!

Peter — Dus je bent gelukkiger na een T.T.-overwinning op Man dan na enige andere Grand Prix over­winningen?

Mike — Ja, ik geloof van wel.

Peter — Het betekent dus echt meer voor je?

Mike — Tenzij het de beslissende laaatste wedstrijd voor het wereld­kampioenschap is, want dat is na­tuurlijk ook erg belangrijk, maar een T.T.-overwinning is in het al­gemeen natuurlijk "het einde".

Peter — En wat vind je van de eilandbewoners?

Mike — Fantastische mensen. Ik snap niet hoe ze het klaarspelen om daar elk jaar weer drie weken voor uit te trekken en trouwens nog meer, want ze hebben de Manx Grand Prix immers ook nog. Ik ben blij dat ze er al die moeite voor over hebben en dat nu al gedurende zoveel jaren.

Mike — Ik ben dan ook echt wel eens na zo'n morgentraining weer rustig in bed gekropen!
Hierboven links, Mike zoals we hem zo graag zagen, in zijn race-overall. Rechts daarentegen vermomd als "ambteloos" burger met treursnor en zonnebril tussen de toeschouwers die bi) Quarter Bridge de Engelse T.T. bekeken. De Hondapolitlek verbood Mike het deelnemen aan Grans Prix, vorig jaar, en wellicht dat dit werkeloos