Motorsport Eén grote reϋnie - Uitgelicht.
Ondanks een verregende zaterdag mag de achtste editie van de Bikers' Classics een geslaagd evenement worden genoemd. Er waren weer tal van beroemdheden van weleer aanwezig. Extra aandacht was er dit jaar voor de zijspannen en Moto Guzzi.
Jim Redman (groene nummerplaat 1) en Hugh Anderson (zwarte nummerplaat 1) waren zeer succesvol in de jaren zestig. Nu dik in de zeventig draaien ze nog altijd lekker hun rondjes.
Rondlopend in het rennerskwartier
op vrijdag betekent getuige zijn van het elkaar enthousiast begroeten door de coureurs van vroeger. Sommigen hebben elkaar recent nog gezien, anderen soms al vele jaren niet meer. De grootste con­currenten van vroeger zijn nu de beste vrienden. Dat maakt een evenement als de Bikers' Classics (en vergelijkbare eve­nementen) juist zo bijzonder.

Oud zeer

Toch zijn er ook uitzonderingen. Dat merkte ik zaterdag. Wil Hartog wilde graag een foto van hem met Phil Read en Jim Redman om op te hangen in zijn mu­seum. Hartog: "Ik ben in 1964 voor het eerst als toeschouwer naar de TT ge­weest. Dat was het jaar dat Read en Redman zo'n geweldig duel uitvochten in de 250cc. Zij hebben mij geïnspireerd om te gaan racen."
Redman, Read en Hartog waren tege- >
lijk in de baan tijdens de training op za­terdagmorgen. Redman kwam het eerst binnen, even later gevolgd door Read. Toen Hartog afstapte ging die gelijk naar Read en vragen om met hem op de foto te gaan. Dat was voor
Read geen enkel probleem, maar toen Wil zei "en dan gaan we samen naar Redman, omdat ik
dankzij jullie duel in Assen ben gaan racen" kwam er van de kant van Read een heel resoluut "geen sprake van". Wat Hartog ook probeerde Read was niet te vermurwen. Dus werden het twee  
foto's: eerst Hartog met Read en vervolgens Hartog met Redman.
In het verleden is er wel eens het een en
ander gebeurd tussen de beide zeventi­gers, maar Read kan zich daar nu nog steeds niet overheen zetten. Eén van de incidenten betreft die race in Assen, 46 (!) jaar geleden. Read (71) is nog altijd van mening dat Redman (bijna 79) hem op een niet correcte manier passeerde. Redman won die dag ook nog de 125cc en de 350cc en dat was de eerste keer dat een coureur drie GP-races op één dag won.
De volgende dag kreeg het verhaal een verrassend vervolg. Tijdens de handtekeningen-sessie van de wereldkampioenen zaten Read en Redman naast elkaar en spraken geanimeerd met elkaar. Kunt u het nog volgen? Wil Hartog in elk geval niet.
Read en Redman hebben één grote over­eenkomst: beiden zijn meerdere keren getrouwd geweest en even zo vaak ge­scheiden. Dat heeft beiden veel geld ge­kost, waardoor ze nu min of meer zijn gedwongen om aan evenementen als de Bikers' Classics deel te nemen om wat geld omhanden te hebben. Maar nog al­tijd hebben ze oog voor vrouwelijk schoon. Toen tijdens de handtekeningen-sessie een jongedame in motorpak om hun handtekeningen vroeg, kwam Read met de vraag of zij racete.    
Wil Hartog en Phil Read.                 Wil Hartog en Jim Redman.            Jim Redman en Phil Read.
Nederlandse glorie: Aalt Toersen (3). Jan de Vries (1). Cees van Dongen (4) en Henk van Kessel (2) wonnen gezamenlijk 28 GP's en zijn goed voor drie wereldtitels.
Anton Straver (links) heeft inkopen ge­daan bij Aalt Toersen.

blijven ze hun hele leven, evenals vrou­wenjager...

Competitie

Er zijn rijders die elk jaar naar de Bikers' Classics komen, er zijn er ook die na lange tijd de draad weer oppakken. Tot de laatste categorie behoort Anton Straver (65), eind jaren zeventig, begin tachtig in de 125cc-GP's actief op een MBA. Na de Centennial van 1998 in Assen raakte hij zijn racemotor tien jaar niet meer aan, maar vorig jaar stapte hij er weer voor het eerst op. "Ik schrok me helemaal rot, want ik had lange tijd niet gereden. Ik ben weer helemaal wakker geschud door de NSF Cup. Ik doe samen met mijn broer het onderhoud van de motoren." Straver is daar terechtge­komen, omdat hij de schoonvader is van organisator (en motorhandelaar en GP­team-eigenaar) Arie            
Molenaar. Straver is blij dat met steun van de De Nationale
Motorsport Loterij de Cup in 2011 kan doorgaan en dan zelfs nog met meer deelnemers, namelijk geen 25, maar twee groepen van twintig. Straver: "Al die jochies krijgen volgend jaar loten van de DGML. Door die te verkopen kunnen ze hun eigen inschrijfgeld verdienen." De link met de racerij heeft Straver altijd ge­houden: "Ik heb de afgelopen jaren op een oude DKW tochtjes gemaakt langs voormalige NMB-circuits in Limburg."
Tot de vaste gasten - en niet alleen in Francorchamps - behoren de
Nederlandse 50cc-toppers van vroeger Jan de Vries, Aalt Toersen en Cees van Dongen. Toersen: "ik heb geracet van 1965 tot 1975. Ik heb de draad weer op­gepakt in 1994. Mijn huidige carrière duurt nu al langer dan mijn vroegere..." Toersen geniet elke keer dat hij op de motor zit: "We beleven nu misschien nog wel meer lol dan vroeger. Nu vertellen we elkaar alles over de motoren en over­leggen alles. Dat deed je toen uiteraard niet. Ik vind het ook leuk dat er nu mensen mee kunnen rijden die er vroeger alleen maar van hebben gedroomd." Toersen, die later dit jaar 65 hoopt te worden, is actief in het EK, een compe­titie die hij in 2008 wist te winnen. Dit jaar bestaat dat kampioenschap uit vier wedstrijden (met elk twee manches), waarvan de eerste pinkstermaandag in Oss is verreden. Verder volgen nog races op Adria (Italië), Djurslandring (Denemarken) en       
Frohburg (Duitsland). De Deense wedstrijd valt samen met de Classic Centennial TT in Assen op 18 en 19 september. Toersen: "Het gaat erom
dat we het publiek vermaken en er zelf lol aan beleven. Een wedstrijdelement erin heeft toch wel iets. Ik zou het ook leuk vinden als we straks in Assen een echte race zouden kunnen krijgen. Voor de 50cc kan dat wel."
De rijders in het 50cc-gebeuren zijn be­hoorlijk actief. Meer over hen op www.golden5Occracingriders.nl en www.classic5Occ.eu.
Pa in actie
Voor vrijwel alle coureurs met kinderen geldt dat hun nageslacht niet of nauwe­lijks bewust iets heeft meegekregen van de carrière van pa. Zo ook bij Marcel Ankoné (61), die sinds kort geniet van zijn pré-pensioen. Hij stopte in 1977 en zijn middelste dochter Fréderique is in 1981 geboren. Zij is bekend met de top­sport, want ze was ooit tweevoudig we­reldkampioene       
schaatsen bij de junioren en behaalde in 2005 de zesde plaats in het EK allround. Daarna hield ze het schaatsen voor gezien. Vorig jaar ging ze in Eext voor het eerst met haar vader mee. Nu was ze voor het eerst in Fran-
Dokter Costa ontmoette veel oude be­kenden (lees ex-patiënten) en verkocht er zijn boeken.
Fréderique Ankoné krijgt nu een idee waar vader Marcel vroeger mee bezig is geweest.
corchamps. Fréderique: "Als hier
's avonds al die mannen bij elkaar zitten, komen al die verhalen over vroeger. Dat is heel erg leuk om naar te luisteren." Marcel Ankoné trad aan in een nieuw Damen-pak, dat precies hetzelfde kleu­renschema heeft als zijn oude, maar wel aanzienlijk meer veiligheidsvoorzieningen heeft. Ankoné zelf is bezig met het ver­leden van zijn carrière. Nu hij meer tijd heeft dan vroeger, heeft hij veel foto's van vroeger gedigitaliseerd. Een paar weken geleden heeft hij zijn 750cc-drie­cilinder-Suzuki uit 1975 weten te lokali­seren. Ankoné: "Samen met monteur Gerrit Veldscholten ben ik bij de eigenaar geweest. Gerrit herkende direct mijn oude machine aan de kettinggeleider en vond later nog ergens 'MA' in de kop staan. Die 750 was vroeger eigendom van de Nimag. Ik wist niet waar hij heen was gegaan. De huidige eigenaar, die
Mario Lega, hier op een Yamaha van Ferry Brouwer. behaalde zijn grootste suc­cessen op Morbidelli.
Pier Paoli Bianchi en Hugh Anderson.
ook 500's van Boet van Duimen en Jack Middelburg heeft, wil er niet van af." Niet alle motoren zijn echt oude racers
van vroeger, er rijden ook enkele replica's tussen. Zoals de 250cc-Honda-viercilin­ders van Jan Huberts (Nederlands eerste GP-winnaar) en Willem Heykoop (voor-


Er wordt nog steeds over ge­sproken, de Centennial van 1998 in Assen. Tot een tweede editie is het nooit gekomen, omdat organi­sator Ferry Brouwer van mening was dat de eerste nooit kon
worden overtroffen. Maar komend najaar komt er toch weer een ver­gelijkbaar evenement, de
Centennial Classic TT in het weekend van 18 en 19 september, georganiseerd door het circuit zelf. Brouwer is wel bij de organi­satie betrokken.
malig 125cc-coureur). Ze lieten deze motor een paar jaar geleden in Engeland bouwen. Tijdens de parade van de GP-coureurs op zondagmiddag kreeg Henk van Kessel de Honda van Heykoop mee, omdat zijn eigen motor kapot was ge­gaan.

Verpleegster
Uiteraard was Ferry Brouwer met zijn Yamaha Classic Racing Team ook weer aanwezig. Tot zijn vaste rijders behoren Steve Baker, Rodney Gould, Giacomo Agostini, Dieter Braun en Jos Schurgers. Dit jaar had hij enkele bijzondere gastrij-

Bij coureurs van vroeger hoort een om­roeper van vroeger,        
ders, te weten viervoudig wereldkam­pioen Hugh Anderson (74), drievoudig wereldkampioen Pier Paolo Bianchi (58) en eenmalig titelhouder Mario Lega (61). Allen behaalden hun successen op an­dere merken, Anderson op Suzuki, Bianchi op Morbidelli en MBA en Lega eveneens op Morbidelli. Bianchi was zeer vereerd dat hij op een motor van Kent Andersson mocht rijden. Bianchi: "Kent was wereldkampioen in de 125cc-klasse in de eerste twee jaren dat ik GP's reed. En nu ruim 35 jaar later mag ik op zijn motor rijden. Dat vind ik een grote eer. Dit is de eerste keer dat ik op een Yamaha rijd."
Eerder dit jaar reisde Brouwer met zijn motoren naar Nieuw-Zeeland en ont-
Marco Lucchinelli was goed geluimd in Francorchamps.

stond het contact met Hugh Anderson, die twaalf jaar geleden in Assen voor het laatst in Europa op een motor zat. Anderson behaalde zijn wereldtitels in de lichtste klassen, twee in de 50cc en twee in de 125cc. Hij was eerder in de week nog even in Assen, waar hij het
oude TT-circuit bezocht en naar de plaats ging waar hij in 1961 tijdens de TT zwaar ten val kwam. Daar leerde hij verpleeg­ster Janny kennen, die zijn vrouw werd.
Zij was er in Francorchamps niet bij, omdat ze geen zin had in twee dertig uur met het vliegtuig onderweg te zijn.
Een Moto Guzzi V-twin van 493 cc uit 1951, goed voor 44 pk bij 7800 tpm en een top van 180 km/h.
Weerzien van oude bekenden. Egbert Streuer en Alain Michel begroeten elkaar. Verder op de foto Ralph Bohnhorst. Rolf Steinhausen en Steve Webster.
Een Moto Guzzi uit de badkuip-periode.

Hugh Anderson weet nog precies waarom hij is gaan racen: "Ik deed aan grasbaan, maar wilde naar Europa. Daarom ben ik overgestapt naar de wegrace. Met een 350-AJS en een 500-Norton ging ik in 1960 naar Engeland." Al in zijn vierde GP (Ulster) haalde hij het podium door een derde plaats in de 350cc. In 1962 kreeg Anderson een plaats aangeboden in het fabrieksteam van Suzuki en vanaf dat moment kwamen de resultaten, resulte­rend in 17 GP-overwinningen en vier we­reldtitels. Anderson: "Als de Suzuki goed was, won ik de races." Na het
Blijft een mooi gezicht, een sliert zij­spannen omhoog bij Eau Rouge.
van zijn carrière stapte Anderson over naar de cross en werd ontwikkelingsrijder voor Suzuki en startte zelfs in GP's.
Mario Lega is één van de meest opval­lende wereldkampioenen. In de jaren 1973-1976 reed hij onopvallend in de klassen 250cc en 350cc op Yamaha's om daarna volslagen onverwacht in 1977 wereldkampioen 250cc te worden op een Morbidelli. Hij was dat jaar de kam­pioen van de regelmaat, want van de twaalf GP's wist hij er slechts één te winnen. Lega: "Die Morbidelli is er niet meer. Het voelt wel heel speciaal om hier te mogen rijden, te midden van al die historie."
Tijdens zijn carrière was Marco
Lucchinelli (wordt 56 op de dag van de TT) al een opvallend figuur. De wereld­kampioen 500cc van 1981 kwam tien jaar later negatief in het nieuws vanwege drugsbezit. Momenteel bezoekt hij meer­dere GP's als tv-commentator.

Focus op Moto Guzzi

Moto Guzzi is nu bekend vanwege de V-motoren in het zwaardere segment. In de periode kort na de Tweede Wereld­oorlog waren de Italianen actief in de ra­cerij en met succes. Er werkten uiterst creatieve mensen in de raceafdeling. En dat leidde tot diverse opvallende crea­ties. Er werd een V-twin (niet zoals nu dwarsgeplaatst, maar in de lengterich­ting) gemaakt. Later volgde een vierci­linder in lijn, eveneens in de lengte­richting in het frame gehangen. En als klap op de vuurpijl kwam er één van de meest bijzondere motoren ooit gebouwd, de Otto Cilindri, de achtcilinder in V-opstelling, ditmaal wel dwars in het frame gehangen.   
Een span uit de oude doos.

daarmee op een cilinderinhoud van 498,5 cc. De blokhoek van de beide cilinderrijen was 90°. De eerste uitvoering in 1955 was goed voor 68 pk bij 12.000 toeren. Twee jaar later was het vermogen met 4 pk toegenomen. Met een drooggewicht van 150 kg was de V8 goed voor een top van 275 km/h. De fiets was voorzien van een fors bemeten stroomlijn, die het voor­wiel helemaal omsloot. Net toen de motor competitief begon te worden besloot de fabriek in 1958 de racerij de rug toe te keren. De motor kon in de daarvoor inge­richte ruimte worden bewonderd, maar kwam op de baan niet in actie. Wel di­verse andere Guzzi's, sommige nog uit het tijdperk van voor de stroomlijnen, andere van de beginperiode toen er met de zoge­naamde 'badkuipen' werd gereden.
Voor de Moto Guzzi-rijder van nu was er speciale parkeerplaats ingericht en alle Guzzisten mochten op      
zondagmiddag een parade van twee ronden over het circuit rijden.

Niets veranderd
Het tweede thema betrof de zijspannen. Dat kwam niet helemaal uit de verf door het ontbreken van Rolf Biland. Met Steve Webster, Alain Michel en Rolf Steinhausen
stonden er wel drie voormalige wereld­kampioenen aan de start voor de parade. Michel reed vanaf de start meteen de pits in. Viervoudig wereldkampioen Max Deubel (75) was er wel, maar niet met een zijspan. Drievoudig titelhouder Egbert Streuer (56) was er eveneens, maar ook zonder motor. Streuer: "Mijn zoon Bennie rijdt met mijn oude span. Hij heeft van­daag een ONK in Assen. Dat span dateert van 1989. Het is zodanig gebouwd dat een ander blok er heel gemakkelijk in past. Je kunt namelijk alles            
verstellen. Drie bouten eruit en er past een ander blok in. Ik weet niet of het nog goed ge­noeg is om er GP's mee te winnen, maar
voor nationaal niveau gaat het nog goed. Ik kocht vroeger elk jaar een nieuw span, omdat er nog wel eens iets scheurde. Vanaf '86/'87 werden de LCR's een stuk beter."
Streuer is van plan in september in Assen mee te rijden. Met een oud blok? "Nee, ik heb nog één Stredorblok. Dat wordt veel te veel sleutelen. Ik ga rijden met de hui­dige combinatie van Bennie. Ik hoop dat Peter Brown als passagier beschikbaar zal zijn. Met die Brit reed Streuer in 1991 en '92. Zijn grote successen behaalde hij met Bernard Schnieders, die vier jaar ge­leden overleed.
Vergeleken met vroeger is er met de zij­spannen nog niets veranderd. Toen lieten de fotografen het al massaal afweten als de driewielers de baan in kwamen. Nu is dat niet anders, want tijdens de parade van de solorijders stonden de fotografen elkaar te verdringen, bij de zijspannen was het aanzienlijk minder druk op het start­veld. En toch was het leuk al die oude (soms echt nog een al dan niet verlaagde motor met zijspan) en minder oude com­binaties op de baan in actie te zien.

Echte race
Het circuit van Francorchamps heeft niet alleen een verleden als GP-circuit, ook het WK endurance deed de Ardennen aan voor de meestal in augustus ver­reden race over 24 uur. Maar ook dat kampioenschap keerde het mooie circuit de rug toe. De endurance wordt tijdens de Bikers' Classics in ere gehouden door het verrijden van een race over vier uur.           
Adrie de Ridder zet de Suzuki op de bok als William binnenkomt om te tanken.                 Rob den Tieter tankt, José van Meurs kijkt toe.
Gijs van Dijk gaat op zoek naar de reden van uitvallen van zijn Laverda. Later bleek het tandwiel van de vierde versnelling te zijn     
motoren op z'n laatst uit 1980 mogen stammen. Vorig jaar was de wedstrijd nog opgedeeld in 2,5 uur op zaterdag­avond en anderhalf uur op zondag, nu werd de race in één ruk vanaf acht uur zaterdagavond afgewerkt.
De Bikers' Classics is niet alleen een evenement om te kijken naar GP-rijders en GP-motoren van vroeger, je kunt er ook zelf actief aan deelnemen. Ook allerlei an­dere rijders komen op oude (race) motoren in de baan. Zo veel zelfs dat ze in zeven groepen (zes solo en één zijspan) werden verdeeld. Elke groep kreeg over de drie dagen verdeeld negen keer (vier keer op vrijdag, driemaal op za­terdag en twee keer op zondag) de gelegenheid twintig minuten in de baan te komen. Interesse? Kijk dan op www.bikersclassics.be.
Na enkele omzwervingen qua datum keert de negende editie volgend jaar weer terug naar de vanouds vertrouwde datum van de Belgische GP: het weekend na de TT van Assen. Dat is in 2011 op 1, 2 en 3 juli.
Henk van der Mark en Dirk Brand (net weer hersteld van een ribbreuk opge­lopen bij een eerdere race op Magny­Cours) traden aan op een Laverda-driecilinder van Gijs van Dijk. De winnaars van de 24 uur van Le Mans in 1984 reden een goede training en waren vol goede moed voor de race, maar ze haalden de start niet. Henk van der Mark zette de Laverda in de tweede opwarm-ronde aan de kant. Van der Mark: "Hij begon uit zichzelf te schakelen." Later
Het meenemen van een beetje gereed­schap mocht dit team niet baten.

bleek het tandwiel van de vierde versnel­ling de boosdoener te zijn, want dat was gebroken.
William de Ridder, die met z'n vader Adrie een team vormde, vertrok op zijn Suzuki als een kanonskogel en stormde als eerste bij Eau Rouge naar boven. Die plaats wist hij niet vast te houden, omdat er veel snellere fietsen in de baan zaten. Maar die haalden niet allemaal de finish. In de slotfase verdwenen er enige uit de kop van het klassement, waardoor vader en zoon De Ridder opschoven naar de tweede plaats. Adrie: "Dit hadden we nooit verwacht." William: "We hadden ge­hoopt op een plek bij de beste tien." Het weekend was voor hen slecht begonnen, want het beste blok ging meteen kapot en moest worden vervangen door een blok dat bij een sloperij voor een paar honderd euro op de kop was getikt. Racen hoeft niet zo duur te zijn! Het derde Nederlandse duo, Rob den Tieter en José van Meurs, draaide ge­staag hun rondjes op hun Triumph en zij werden 32e. Van de 70 teams werden er 37 geklasseerd.<
Handtekeningen van coureurs waren zeer gewild. Op de rug gezien v.r.n.l. Hugh Anderson, Steve Baker, Christian Sarron, Rodney Gould (staand) en Phil Read.