Ondanks het feit dat de hulp­motor

door zijn fabrikanten voor niets meer bedoeld was dan, inderdaad, motorische hulp te bieden bij het fietsen onder zware omstandigheden, kwamen al snel de berijders ervan - en dat waren niet speciaal de jongere - op het idee deze krachtbron te gebruiken in wedstrijden. Joop van Brecht werpt een blik op de ontwikkeling van opgevoerde Eitjes tot wereldkampioenschappen winnende Van Veen Kreidlers.





De wedstrijden die kort na de opkomst van de hulpmotor in Nederland werden gehouden, hadden oorspronkelijk geen snelheidsdoel; het ging er om de kwaliteiten van de motorische nieuwelingen te beproeven en te vergelijken, en natuurlijk het bestaansrecht te bewijzen.
Zo organiseerden veel clubs naast toer- of puzzelritjes ook stevige betrouwbaarheidsritten die gezien de geleverde prestaties de populariteit  
van de brommer alleen maar zouden vergroten. In de aloude drang naar competitie die de mens nou eenmaal bezit drukte je het gasma-netje tot de uiterste stand open en maakte je je kleiner om de man die voor je reed te passeren. Die ging op zijn beurt natuurlijk ook weer platter en de strijd was er.
In veel kelders en schuurtjes werd er met vriendjes, al dan niet deskundig, gesleuteld en met de vijl getracht wat meer snelheid uit het brommertje te krijgen. Waarbij dikwijls het essentiële (techniek en de portemonnee) over het hoofd werd gezien.... Met de rattestaart werden de in- en uitlaatpoort bewerkt, de kop werd wat afgevlakt om de compressie te verhogen en met een stuk ijzer werd in de uitlaatdemper gepord, want herrie gaf in ieder geval een indruk en gevoel van snelheid. Ja, heel wat 'dure' onderdelen werden domweg de vernieling in geholpen, maar ook deze ondervinding was de beste leermeester.

                  Stratencircuits
Zo heel langzamerhand kwam er beeld in de 'sporttak' van de brommerwereld, de jongens die op weilanden en op stille achteraf weggetjes probeerden elkaar in snelheid af te troeven. De stadsjongens, met minder vrije ruimte om die snelheidsdrang uit te leven, zochten hun race­gebied in de steden zelf, zonder valhelm en gewoon tussen het stadsverkeer in, en daar school het grote gevaar. Gelukkig onderkenden veel clubs en ook mensen uit de professionele motorracesport, zoals de bekende arts/motor-rennner Dr. Fokke Bosch en starter Ben Majoor dat probleem en deden er wat aan.

Bob Ruis met zijn toen nog standaard Rap in 1956 bij de Scheveningse haven.
Bob plat-uit tijdens een bromfietsrace op de wielerbaan van Duinrell.

Er werden in het begin van de vijftiger jaren 'bromfietsraces' georganiseerd die op afgesloten stratencircuits plaatsvonden en erg populair werden.
De doorbraak kwam toen MC St. Anthonis samen met de eerder genoemde heren op 3 mei 1953 in Oploo 50 cc wegraces hield. Er waren twee categorieën, amateurs en renners (dat waren de mensen uit het motorvak) die in twee klassen, zonder en met versnelling, elkaar sportief te lijf gingen op het 880 meter lange driehoekscircuit en men kon prijzen winnen van bekers tot huisvee toe. Na deze succesvolle dag nam het organiseren van dit soort races in een snel tempo toe. In Vriezenveen, Breda, Groningen, Emmen, Venlo enzovoort vonden de plaatselijke motorclubs in samenwerking met de politie wel ergens een afzetbaar stratencircuit waarop met groot enthousiasme met de brommers werd gestreden en waaruit langza­merhand rijders kwamen boven drijven die later in de nationale en internationale motorraces furore maakten.
De races werden, omdat er steeds meer fut uit de motortjes getoverd werd, almaar spannender en steeds meer organisatoren durfden het aan: Maastricht, Oosterhout, Maasbree en
Schiedam kwamen erbij. Alleen de laatste kreeg duidelijk tegenwerking van Gedeputeerde Staten, die één dag voor de wedstrijd een startverbod uitvaardigden.

                     Tegengas

In juni 1954 kwamen echter de fabrikanten en importeurs van bromfietsen met de mededeling dat ze geen medewerking meer gaven aan snelheidswedstrijden omdat het funest zou zijn voor De rappe


Rap tegenwoordig, een beetje verstoft, maar nog steeds present!
de ontwikkeling van dit vervoermiddel. Dat was natuurlijk flauwekul, de hoofdreden was het probleem dat ontstaan was doordat jongens die hun 'racertje' thuis wedstrijdklaar hadden, niet konden wachten op het resultaat van hun werk tot er weer een race was, maar die hem gewoon op straat in de buurt even moesten uitproberen. Dat ging geheid fout en de protesten bleven niet uit, waardoor de overheid genoodzaakt was met maatregelen te komen.
Die kwamen dan ook uit Den Haag in de vorm van de mededeling dat er plannen waren om een rijbewijs vereist te stellen voor alle bromfietsen. Dat was de echte reden waarom de handel zo reageerde, want als dat zou gebeuren zou de zo in opgang zijnde bromfietsverkoop tot een dieptepunt dalen.
Op de officiële wedstrijd kalender 1955 van de KNMV prijkten in ieder geval drie 50 cc wegraces; maar de bond had ook strengere regels ingesteld. Men diende KNMV-lid te zijn, een startbewijs (à één gulden) was verplicht en de medische keuring was zwaarder geworden. Maar er werd roet, veel roet in de race-hap van onze kleinste klasse gegooid: de handel, industrie en overheid gingen om de tafel zitten met als resultaat een verbod op 50 cc wegracen. Als reden werd opgegeven dat het karakter van het rijwiel met hulpmotor verloren dreigde te gaan en de bromfiets meer en meer zou gaan over­hellen naar een licht motorrijwiel.
Nieuwe initiatieven
De KNMV die in dit geval veel te snel de eisen accepteerde wat betreft het startverbod, kon pas na lange tijd de plannen van de sportcommissie verwezenlijken door in 1957 via een annonce in 'Motor' te vragen of er liefhebbers waren voor 50 cc wegraces tijdens juniorwedstrijden op 18 augustus te Zandvoort. Of die er waren! Het werd dan ook een succes, wat betekende dat er een behoorlijke stap was gezet naar de verdere ontwikkeling van het 50 cc racen in ons land.
In 1958 waren er voor de races op het vliegveld Zuid-Limburg veertien inschrijvers voor de kleine klasse en later op Zandvoort telde het veld al zesentwintig deelnemers, maar toch bleef het jammer dat die vroegere gezellige clubraces die overal in ons land werden verreden en die hun eigen publiek trokken, verleden tijd was.
Wel was er in de bossen van Duinrell (Wassenaar) een klein wielerbaantje door de 'Wiel-renvereniging de Spartaan' aangelegd, waarop de toenmalige beheerder van het Tulsa service
station in Den Haag bromfietsraces organiseerde, waaraan veel amateurs maar ook bekende renners deelnamen. Onder die amateurs was ook de bij Puch en Mobylette liefhebbers bekende Hagenaar uit de Kikkerstraat, Leo van Zijl. Gehuld in een lange leren jas startte hij slechts één keer en hield het toen voor gezien maar hoe hij in vredesnaam aan de bijnaam "Ubbiali" kwam is mij een raadsel.
                   Steeds sneller
Een klein deel van die vroegere sfeer keerde terug in Rockanje, een plaatsje op het eiland Voorne. De burgemeester, die vroeger KNMV-bestuurslid was geweest, ontdekte een mooi
duincircuit van circa twee kilometer lengte en beijverde zich om daar 50
cc wegwedstrijden te houden.
Zo begon 1959 in ieder geval goed
en werd het jaar besloten met het
50 cc wegkampioenschap op Zandvoort op 13 september.
Het brommer materiaal werd
steeds beter en vooral sneller.
Dat bewees begin 1960
P. Kemperman door
Op 3 mei 1953 vonden in
Oploo door MC St. Anthonis
georganiseerde bromfiets-
races plaats. De foto's
geven een prachtig
Beeld van deze opmaat
tot de 'echte' 50 cc wegraces van de jaren
'60 en '70. De enige coureur die we
herkennen is Ton
van Rijn, die zijn
Berini Ei (Nr.11)
de sporen geeft.
Mocht iemand de
Andere
snelheidsduivels herkennen,
dan horen we
't heel graag!
met een Itom, ondanks de zeer harde wind tijdens de training op Zandvoort, gemiddeld 88 kin/h te draaien!
Dat onze kleinste klasse serieus genomen werd bleek wel in het aanwijzen van drie races voor het N.K. en het feit dat we nu ook starts in het buitenland kregen waar Cees van Dongen en Theo Meurs mooie resultaten behaalden. Tubbergen deelde de positieve ontwikkelingen en
Bij het begin van de jaren '60 tras Rockanje. op bel eiland Voorne. een raste stek voorde 50 cc jongens geworden. (lier, op 12 prei 1962, zien we Willens Groenewold er zijn (nael officieuze fabriekssteun geprepareerde) Berini een bocht uitsturen. (Foto Han Veuger)
Als iets eind jaren '60 tot de verbeelding ran de Nederlandse rarefans sprak, tras het wel jamathi, het product ran Jan Thiel. Martin Mijnraat en Faul Lodewijkx, zeker toen in 1968 Lodewijkx de 50 cc klasse rinn de Asser TT op zijn naam bracht
Spaanse Derbi gelederen versterkte.
De kleine klasse was volledig geaccepteerd in de jaarlijkse wegrace programma's en onze jongens streden in de top mee, vooral toen Van Veen er in slaagde om, toen Kreidler afhaakte in de fabriekenstrijd, een paar racertjes naar ons land te halen.
En ja, een beetje chauvinistisch mogen we best zijn als we de successen in de herinnering roepen van Paul Lodewijkx op dein ons land door
heel kundige mannen gebouwde Jamathi. Tot 1984 konden we genieten van de borrel-
glaasjes-klasse, toen als kleinste klasse the van 80 cc werd ingesteld.
Gelukkig houden diverse clubs en organisaties tegenwoordig veteraanraces waar u de 'kleintje nog steeds kunt zien en horen gaan. In de Agenda in liet MotorRijwiel vindt n de data en locaties en wij kunnen u zon race-bezoekje aanraden!
Bob Ruis' rappe Rap
Een van de jonge enthousiasten van destijds, die niet hun opgevoerde brommers van de circuitsfeer proefden, is Bob Ruis, tegenwoordig wat bezadigder bezig als beheerder van een garagebedrijf in Den Haag.
Wie "50 cc racen" zegt, zegt fan de Vries", die hier in 1969 over de haan van Monza vliegt. In1971 reed Jan zich naar het wereldkampioenschap, ook op Kreldler.
Dat was in de tweede helft van de jaren '50 wel anders, nadat hij zijn wan 1955 daterende Rap met tweeversnellings Rex-blokje had 'gekieteld' om aan bromfietsraces deel te nemen. De krukas werd volgegoten en in het drijfstangoog kwam een extra gleuf voor de big-end smering. Was een mengverhouding van 1:20 toen normaal, Bob smeerde zijn Rap racertje met 1:100 "en daarmee bleef-ie heel". De trapinrichting werd uit het blok gehaald en bij de achteras wan het ongeveerde frame kwamen voetsteunen te zitten. Wat ook verdween was de gasschuif uit de carburateur. "Om te schakelen zat er een stroom­onderbreker op het stuur en voor de rest was het dus altijd volgas". Maar ja, daar was     
het ook om begonnen! Bob liet een expansie-uit­laat maken hij orgelbouwer Perlé in Amsterdam, die behalve effectief toch ook nog heel stil was.
Veel race-ervaring deed Bob op de wielerbaan in de bossen van Duinrell bij Wassenaar, waar de toenmalige beheerder van het Tulsa service station in Den Haag bromfietsreces organiseerde. Tulsa was in die jaren een van de grote sponsors wan brommerraces en Bob's grootste roem kwam op 28 september 1958 bij de door Tulsa georganiseerde   
Het getunede kampioensraces, waar hij Kampioen van Nederland werd.
Rex blok bezorgde toen de Rap een topsnelheid van rond de 95 km/h.
Hoewel die tijd nu ver achter hem ligt, heeft Bob Ruis toch altijd zijn snelle Rap bewaard. Op onze vraag waarom het racertje nog steeds getooid is met een wit achterspatbord en verlichting, komt het verrassende antwoord: "Ik gebruikte de Rex door de week ook om normaal mee te rijden. Dat was geen enkel probleem, alleen omdat er geen trappers meer op zaten - wat natuurlijk eigenlijk wel moest - gaf ik om te starten een trap tegen het vliegwiel. En dan liep hij altijd gelijk!".
liet Kreidlerteam op de Nürburgring in 1962 met Wolfgang Cedlicb, Hans-Georg Anscbeidt, Jan Huberts en Rudolf Kunz.
Aalt Toersen was een van die Nederlandse coureurs die
op ban Kreidlers de sterren aan de bemel reden.
Racekuipjes garen in 1965 gemeengoed geworden in de 50 cc klasse en J. Remmerswaal bad er dan ook een op zijn Itom zitten.
Bekende motornamen verschenen aan de start bij brommerraces in de jaren '50. Hier, in 1954 in Groningen, geven Cees van Dongen en Willy van Gent elkaar geen duimbreed toe.
voegde ook races voor de vijftigers aan zijn programma toe. Nederlands Kampioen werd dit jaar Cees van Dongen met zijn snelle en betrouwbare Diirkopp.
Nog wat leuks, de vaderlandse motocrosswereld, met name de MC Arnhem, haakte op de successen met de 50 cc wegraces in door voor deze klasse het eerste KNMV kampioenschap Motocross 50 cc te organiseren.

                   Internationale erkenning
Onze brommer had nu wel zo'n beetje bewezen dat hij er in de racerij bijhoorde, maar dat was internationaal al langer bekend want in het najaarscongres besloot de F.I.M. (Fédération Internationale de Motocycliste) een Europabeker uit te loven voor deze klasse. Het was weer een leuk seizoen geweest in 1961 en de laatste wedstrijddag op het circuit van Zandvoort zou de uitsmijter worden met de "Coupe d'Europe" waarin het hele internationale 50 cc gezelschap voor het eerst in ons land te bewonderen viel. Na een spannende race, gewonnen door de Duitse Kreidlerrenner H. Anscheidt, was gelijk de als vierde binnenkomende C. van Koeveringe als Nederlands Kampioen 1961 bekend. Van Koeveringe startte ook op een fabrieks-Kreidler alhoewel niet met twaalf versnellingen. Dit machientje was 'losgepraat' door de importeur van de Hercules Scooter en de Kreidler, de heer Van Veen, een naam die in de 50 cc racewereld nog heel bekend zou worden!
De F.I.M. begon er meer aardigheid in te krij­gen en maakte bekend dat de 50 cc klasse in 1962 officieel in de lijst van wereldkampioenschapsraces zou worden opgenomen en om het feest compleet te        
maken kwamen de 'Mannen van Assen' met het bericht dat tijdens de TT 1962 ook de 50 cc op het programma stond.
Nu, na amper acht jaar, stond het grote Hollandse wegracepodium open voor het voormalige bromfietsje dat nu de status van racemotor had. Niet alleen deollandse, ook de renners kregen meer aanzien, want Jan Huberts, wegracekampioen 125 cc 1961, ging in 1962 niet alleen de werken bij deollandseen bij de Kreidlerfabriek maar werd tevens opgenomen in het officiële fabrieksteam en liet zien dat het vanchte keus was. Want in de Grand Prix van Frankrijk greep Jan de eerste plaats ondanks het moeilijk te leren twaalf-versnellingen gegoochel van de Kreidler.
De verwachtingen voor onze nieuwe klasse in de eigen TT waren, ook omdat Cees van Dongen een echte fabrieks Honda kreeg, hoog gespannen   
en na een zeldzaam mooie wedstrijd
hadden we met Jan  op een tweede en  Cees op een tiende plaats bewezen mee te kunnen komen. Eigenlijk was het geen wonder met Jan op de einde  van het seizoen Nederlands Kam­pioen was.

         Wereldkampioenen
Onze topcoureur was voor 1963 op free-lance basis nog steeds in het Kreidlerteam maar er staan een hele boel kleine snelle kereltjes te popelen om het stuurtje van hem over te nemen. Intussen was onze  rijder/techneut Cees van Dongen, (zie liet DMF Nestor artikel in nr.13 van Het MotorRijwiel) samen met zijn vader (bekend als Opa van Dongen) bezig aan iets heel snels maar startte in Assen toch op een fabrieks Kreidler terwijl Huberts dit jaar de
Scherp is hij niet, maar deze foto laat zien dat het er in 1957 op de wielerbaan van Duynrell hard aan toe ging!
Ook terreinritten werden met brommers verreden. Een aantal DMF Nestors wordt hier geprepareerd voor een rit in de omgeving van Soest in waarschijnlijk 1954. Tweede man van links is Jan van Dijk van de service-afdeling van DMF, die als semifabrieksrijder optrad.
Deze Van Veen Kreidlers werden hier verder ontwikkeld en bereden door onder andere Aalt Toersen (zie Het MotorRijwiel nr.8) en Jan de Vries geduchte wapens in de felle internationa­le competitie. Dat resulteerde in hoge klasse­ringen en het hoogste bereikbare: drie maal een wereldtitel!

es

#Klassieke-Racebromers-Feestelijke-Ganmakers-in-Bergen #Klassieke-Racebromers-Feestelijke-Ganmakers-in-Bergen

Van Eitjes tot 50 cc Wegraces - Uitgelicht.

#Van opgevoerde Eitjes tot 50cc Wegraces