Van alles wat - Uitgelicht.

Bromfiets No 4 juli. - aug. 2014 Classic GP parade Tubbergen

Het Motor Rijwiel  No 11 Sep-Okt 1994  Dutch Racing Motors

Bromfiets No 6 nov. - dec. 2014  DKW race-schat in het land van Maas en Waal

Bromfiets No 6 nov. - dec. 2014  Egbert Streuer de succesvolste Nederlandse motorcoureur aller tijden

Het Motor Rijwiel  No 133 Jan - feb 2015 De race-replica's van Geert Cuperus

CLASSIC GP PARADE TUBBERGEN

DE HELE DAG LANG FEEST

Theo Timmer ongenaakbaar op zijn Bultaco

Jarenlang gingen raceliefhebbers op Pinkstermaandag naar Tubbergen voor de internationale wegraces. Aan die traditie kwam in 1973 een eind, nadat het jaar daarvoor twee doden waren gevallen. In 1975 kwam er een herstart, maar de wedstrij­den konden qua deelnemersveld en uitstraling niet meer tippen aan de races van weleer en in 1984 viel de finishvlag voorgoed.

op het industrieterrein van Tubbergen is een goed alternatief. Van de vroegere toppers in de 50 cc hadden organisatoren Rob Vennegoor van RT Racing Support en voormalig coureur Rob Filart tal van bekende namen naar Tubbergen gehaald: jan de Vries, Aalt Toersen, Henk van Kessel, George en Co Looijesteijn, Jos Schurgers en Theo Timmer, om er maar een aantal te noemen. Coureurs met zo'n

Alweer een jaar of tien geleden namen wegraceliefhebbers in Tubbergen het ini­tiatief tot het organiseren van classic-de- moraces. Dit jaar kregen die races een wel héél bijzonder tintje in de vorm van de Classic GP Parade, waaraan werd deel­genomen door voormalige Nederlandse GP-coureurs. De sterren van vroeger kwa­men drie keer in de baan tussen alle races van de HMV door. Voor het zeer talrijke


publiek - men stond rijen dik langs de baan - was er dus constant iets te genieten. Zelfs een korte maar hevige stortbui was niet in staat het publiek te verjagen. In het volledig open rennerskwartier mocht iedereen de motoren van dichtbij bekijken en de sterren van vroeger het hemd van het lijf vragen. Dat zorgde voor een heel fijne en ontspannen sfeer.


Blok als handbagage

Rijden op het oude circuit is niet meer mogelijk; jammer, maar de 'Filart-ring'

Tekst en foto’s: Roelof de Boer

Jan de Vries wacht rustig tot hij de baan op mag

mooie internationale carrière hebben heel wat te vertellen. Neem bijvoorbeeld Jan de Vries: 'Ik heb acht jaar professioneel geracet, doe nu al vijftien jaar demoraces, maar Tubbergen was destijds mijn eerste echte wedstrijd. In die tijd waren er nog maar heel weinig wegraces en daarom reed ik tussendoor ook nog grasbaanra­ces. In 1972 won ik op Pinksterzondag de Grand Prix van Imola. Dat was die gedenkwaardige race waarin Nieto z'n been naar me uitstak. Na de wedstrijd ben ik meteen met tuner Jaap Voskamp in het vliegtuig gestapt en naar Nederland gevlogen om op maandag in Tubbergen te kunnen rijden. In zijn handbagage had Voskamp een blok meegenomen. Een


Aalt Toersen heeft een gelijkwaardige ervaring. 'Op Pinksterzondag reed ik de GP van Le Mans en vloog 's avonds terug naar Nederland. De monteurs reden de hele nacht door met de bus richting Tubbergen. Op maandagmorgen mocht ik twee trainingsronden rijden en zo ging ik de wedstrijd in'. Veel is er voor hem niet veranderd, Toersen is nog altijd een druk bezet baasje. Later dit jaar wil hij op de zoutvlakte van het Amerikaanse Bonneville een aanval doen op het wcreld- snelheidsrecord in de 50 cc-klasse.

Aalt Toersen op Jamathi



Ik heb er toen enorm veel tijd in gestoken, want we wilden steeds iets proberen. Dat wil ik niet meer en daarom doe ik niet mee aan'allerlei demo's, maar oh, wat geniet ik hier weer! Henk van Kessel is ook geen vaste deelnemer, maar is toch zo nu en dan ergens actief. Van Kessel: 'Ik heb vroeger mijn tijd gehad. Ik wil zeker niet elke twee weken rijden, die sleur van toen, ik moet er niet aan denken! Als ik zie hoe Aalt er nog mee bezig is... Ik rij alleen bij bepaalde gelegenheden. Dan blijft het ook een beetje speciaal. Een parade als hier is leuk maar voor mij is het zeker geen race. Behalve plezier valt er niets te winnen.

Zo ziet het pak van één van de meest actieve coureurs in de wereld van de demo-runs in de 50 cc-klasse er dus uit



Genieten

De Vries en Toersen staan zeer regelmatig op het startveld van een demo-race, dat geldt niet voor George Looijesteijn. Hij ver­telt: 'Ik heb aan beide Centennials in Assen deelgenomen, maar verder nergens meer gereden. Ik werd gebeld door de organi­satie en hoorde 'die komt en die komt', daarom ben ik hier nu ook. Ik heb tien jaar geracet, waarvan zes jaar op GP-niveau.


Het oude pak van past George Looijesteijn nog steeds


stewardess die heel behulpzaam de tas in het bagageruim boven ons wilde plaatsen begreep maar niet waarom die tas zo zwaar was... We hebben ook wel eens op zaterdag in Tubbergen getraind, om ver­volgens 's avonds naar België af te reizen voor een wedstrijd op zondag. Meteen daarna snel weer terug naar Tubbergen voor de wedstrijd op maandag. En toch, we waren geen broodrijders; we verdien­den er niks mee, het ging enkel om de lol'.


Henk van Kessel 09 en George Looijesteijn halen mooie herinneringen op

Het “snelle” gietwerk van Harry den Boer


DUTCH RACING MOTORS

A l is een coureur nog zo goed,
met slecht materiaal kan hij
niet winnen. Dat in de jaren
'60 en ‘70 mannen als Paul Lode-
u ijkx.Jan de Vries en Aalt Toersen
schitterden in de 50 cc klasse was
dan ook mede te danken aan hun
kwalitatief voortreffelijke machi-
nes. Kwaliteit die - en dat is minder
bekend - deels zijn oorsprong vond
in een gieterij in De Meent.

Fred Rust sprak met Harry den Boer
van Dutch Racing Motors.



Onder de rook van Utrecht, zoals dat heet, ligthet dorp De Meem, waar al 33 jaar een bedrijf,gespecialiseerd in fijnmetaalbewerking, zichonder meer richt op het vervaardigen van snel-le cylinders voor de klassen 50 tot 125 cc in demotorracesport.

Achter DRM gaat Harry den Boer (zelf heeft hijnog nooit een meter op een motor geracet)schuil die met groot vakmanschap en plezier inde racehobbv voor ettelijke coureurs en mer-ken hoogwaardige race-cylinders heeft vervaardigd en nog vervaardigt ten behoeve van demotorracen).

"Hoe is dit opvoerwerk nu eigenlijk ontstaan?”is de eerste vraag die gesteld wordt bij het ontmoeten van zo'n opvoertechnicus.

Zoals zo vaak was het ook hier een ontwikke-ling die min of meer door toeval tot standkwam. Harry den Boer, van jongs af gefasci-neerd door de techniek van snelle motoren,begon rond 1960 onder de naam Dutch RacingMotors met het bouwen van skelters, zoalskarts toen nog genoemd werden. De door Harry onder handen genomen motorblokkenwaren zo snel, dat ook vanuit motorracekringen belangstelling ontstond voor zijn vaardigheden. Midden jaren 60 bleken door Harry getunede Honda Supersports twins van 250 en 350cc opmerkelijk rap te zijn en 50 cc coureursals Theo Meurs en Teunis Ramaker kwamenniet vergeefs met hun cylinders bij Harry. Ookrijders uit de zwaardere klassen als "WitteReus” Wil Hartog en Boet van Duimen wistenmet hun cylinderblokken de weg naar DRM tevinden.



              Jamathi racers


Toen kwam op zekere dag Jan Smit, toen nog werkzaam bij Van Veen Kreidler in Amsterdam, bij Harry binnen om eens met hem te praten over de ontwikkeling van een watergekoelde 49,9 cc cylinder voor de racestal van zijn werk-


gever. Door met bepaalde ideeën in zijn hoofd te gaan zitten spelen en deze al "spelend” uit te werken op een tekenbord werd er in 1969 door Harry, als resultaat van al dat denk en experimenteerwerk, een watergekoelde cylinder aangeboden die later wel is omschreven als het geheime wapen van .Aalt Toersen en Jan de Vries. Met dit geheime wapen is dan ook op diverse wegracecircuits menig succes geboekt. Hiermede had het bedrijf gelijk naam gemaakt in deze toen zeer populaire tak van motorsport en werden DRM qlinders een begrip in de 50 cc klasse. Harry den Boer kreeg, het 50 cc wereldje was klein maar select, contacten met Jan Thiel en Martin Mijwaart, contacten die uitmondden in het gieten van de cylinders en koppen van de Jamathi racers. Dat die cylinders weer een eigen geheime specificatie hadden spreekt voor zich. Ook freesde Harry in zijn spaarzame vrije tijd de carters van enkele Jamathi racers voor Jan en Martin. Enkele andere bekende merken waar DRM cylinders voor gemaakt heeft zijn Casal, Kreidler, Maico en Yamaha. Ooit heeft Harry ook voor een Morbidelli 125 cc twin de cylinders met koppen gegoten. Toen eenmaal de 50 cc-klasse het veld moest ruimen voor de 80 cc-klasse (een overigens onzalige beslissing!) heeft DRM - Harry had immers de ervaring - ook nog de qlinders en koppen gegoten voor deze categorie wegrace- machines. Hans Spaan en Theo Timmer zijn bekende coureurs die nog met dit materiaal over het gladde asfalt jaren ‘70 zelfs nog enkele complete 50 cc racemotoren heeft gebouwd, waarbij alleen

gereden hebben. Vermeldenswaard is overigens dat DRM in het midden van de  de vering, carterhelften, carburateurs en de tandwielen van de versnellingsbak van ‘‘buiten’' kwamen. Niet alleen in de wegracesport maar ook in de motorcross heeft de man achter DRM een zeer goede naam opgebouwd en werden er ook voor de Casal crossers goede (lees: snelle en betrouwbare) cylinders gegoten. Ook voor privé-rijders die de racehobby beoefenen worden cylinders en koppen gegoten, patent Harry den Boer.

Computers en zand Hoe komt nu zo’n speciale DRM tweetakt cylin- der tot stand? Het gangbare recept voor het maken van de diverse snelle cylinders is dat er op een moment iemand u als lezer bijvoorbeeld bij DRM binnenkomt met de wens om voor zijn racer een ander, maar vooral sneller type cylinder met kop te bestellen. Na met Harry den Boer aan tafel gezeten te hebben om zijn (uw) wensen kenbaar te maken gaat er heel wat gebeuren. Als eerste wordt er op een computer een tekening gemaakt van de complete cylnder naar de specificaties van de klant. Wilt u bijvoorbeeld veel vermogen bovenin, of juist onderin of wilt u de krachtsontwikkeling gespreid? Als de wensen en verlangens bekend zijn gaan we eens kijken naar de voorbereidingen voor het maken van de cylinder en de kop. Uiteraard moeten er spoelpoorten in een cylinder worden meegegoten, immers de wijze van spoeling via de spoelpoorten is het geheim van de opvoersmid! Zoals dus te begrijpen valt luistert dit zeer nauw. Die spoelpoorten komen er door in de gietmal een zandkem te plaatsen. Deze zandkem op zijn beurt wordt vervaardigd door zeer fijn zand in een van tevoren uitgefreesde mal te gieten en door  


De voortreffelijk geoutilleerde werkplaats, waar geen meter ruimte onbenut is.

Enige muilen voor een
ivatergekoeld blok mei
rechtsvoor een zand-
kem.


verhitting te verharden. Dat ook dit zeer zorgvuldig moet gebeuren spreekt eigenlijk al vanzelf omdat de adem-
haling van een tweetakt
motor nu eenmaal via
de spoelpoorten wordt
geregeld.

Nadat de zandkernen
gereed zijn wordt er
naar de specificaties
van de soort motor
(cross of race) waar de
qlinder voor bedoeld
is, een mal van de te
gieten qlinder gemaakt
die naderhand met
vloeibaar aluminium
wordt volgegoten.


Gieten en nabewerken


Een heel voornaam
punt bij dit gieten is dat
de temperatuur van

vloeibaar aluminium nauwkeurig op elkaar
moeten zijn afgestemd. Dit is in verband met de aanhechting die het aluminium moet hebben opdat er geen luchtblazen in kunnen komen en later voor het lossen uit de mal.

Nadat de cylinder uit de mal verwijderd is
wordt hij gedurende vijf uur in een oven
gehard hij een hoge temperatuur. Na deze tijd wordt hij ineens "schrikkend" gekoeld door hem in een bak met koud water te dompelen.
Dan moet hij weer terug de oven in om hij een temperatuur van nog eens 125 graden Celsius vijf uur lang door te harden. Tijdens dit har-dings-proces zijn de zandkernen weer tot gewoon fijn zand geworden en dat kan dus zo uit de cylinder gegoten worden.

Na de hardingsprocedure zijn we er nog niet
want dan komt het (nog) fijnere werk. Er moe-ten namelijk vervolgens nog de scherpe kantjes

van het produkt afgehaald worden. Dus menig uurtje schuren, frezen en polijsten zijn er nog te gaan voor het gietstuk geheel voldoet aan de zeer hoge kwaliteitseisen die Ham den Boer

an zijn eindprodukten stelt.

Maar dan kan de nieuwe eigenaar van zo'n hoogwaardig stukje


Het vullen van de mal, die met een soort overmaatse lijmklemmen wordt dichtge­houden, met vloeibaar alu­minium. Op de achtergrond de smeltoven voor het licht­metaal.


Enige staaltjes van DRM- kunnen. Vraag niet hoeveel uur giet-, draal- en freeswerk

Hier op de werkbank ligt!

Nederlands vakmanschap mei trots zeggen: “Ik rij met een cylinder en kop van DRM uit De Meem".


Foto’s: F red Kust

Rittberger 1968 - Watergekoelde cilinder met luchtgekoelde kop.

50cc-junior-j-scholten-14-l-struk-106-a-zandee-112-jos-schurgers-105-zandvoort-1965